Twitter Facebook LinkedIn App Store Google play
U bevindt zich hier: home » u&boon » Special Ontslagrecht 2017&boon »

Special Ontslagrecht 2017 &boon

Iedere werkgever heeft ermee te maken, of hij nu wil of niet: het ontslagrecht. U moet dan wel op de hoogte zijn van de laatste wijzigingen. Informeer uw klanten met deze special over het ontslagrecht. Denkt u daarbij aan het berekenen van de transitievergoeding, de aanzegverplichting bij tijdelijke contracten, de ketenbepaling en het concurrentiebeding.

Hamer.jpg

Lees hieronder verder of download de special hier.

In deze special geven we u een update van wijzigingen op het gebied van het ontslagrecht.

Hierbij moet u denken aan:


Ontslagregels

Ontslagroute

Er is sinds 1 juli 2015 één vaste ontslagroute. Bedrijfseconomisch ontslag en ontslag door langdurige arbeidsongeschiktheid gaan via het UWV. Ontslag om andere, meer persoonlijk getinte redenen gaat via de kantonrechter.

De procedure bij het UWV en de kantonrechter kost tijd. Deze proceduretijd kan volledig in mindering worden gebracht op de opzegtermijn. Wel moet minimaal een maand opzegtermijn overblijven.

Let op!
Voor werkgevers is het van belang kritisch te kijken naar de opzegbrieven die ze hanteren nadat ze een ontslagvergunning van het UWV hebben ontvangen. In de opzegbrief moet op straffe van vernietigbaarheid duidelijk de reden worden vermeld van de opzegging.

Het blijft mogelijk om als werkgever en werknemer onderling een beëindigingsovereenkomst te sluiten. Dit kan alleen schriftelijk. De werknemer heeft daarna een bedenktijd van 14 dagen. De werkgever moet de werknemer hier expliciet schriftelijk op wijzen. Verzuimt de werkgever dit, dan wordt de bedenktermijn verlengd naar 3 weken.

De transitievergoeding
Alle werknemers hebben vanaf 1 juli 2015 recht op een transitievergoeding, onder voorwaarde dat:

Let op!
Ook medewerkers met een tijdelijk arbeidscontract hebben dus recht op een transitievergoeding. Beëindigt u een tijdelijk arbeidscontract van ten minste 24 maanden, dan moet u een transitievergoeding betalen.

Van beëindiging van de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever is sprake bij:

Bij ernstige verwijtbaarheid van de werknemer aan het ontslag heeft de werknemer geen recht op de transitievergoeding. Denk aan diefstal, verduistering, bedrog, een vertrouwensbreuk, herhaaldelijk verzuim ten aanzien van controlevoorschriften bij ziekte, veelvuldig te laat komen en op oneigenlijke wijze proberen om productiecijfers gunstiger voor te stellen.

Bij ernstige verwijtbaarheid van de werkgever aan het ontslag heeft de werknemer wel recht op de transitievergoeding. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij discriminatie, (seksueel) gedrag van de werkgever of grove veronachtzaming van re-integratieverplichtingen.

Berekening van de transitievergoeding

Billijke vergoeding
Daar waar er op grond van de wet onder voorwaarden recht bestaat op een transitievergoeding, is het alleen de kantonrechter die in bepaalde gevallen – zoals bij ernstige verwijtbaarheid aan de kant van de werkgever – een billijke vergoeding kan toekennen. Dit kan aan de orde zijn als de werkgever de werknemer eerst heeft aangesproken op zijn disfunctioneren en vervolgens de verhoudingen zodanig verstoord zijn geraakt dat de werkgever om ontbinding verzoekt vanwege een verstoorde arbeidsrelatie. In dat geval kan de ontbinding op grond van een verstoorde arbeidsrelatie wel worden toegewezen, maar loopt de werkgever het risico dat hij een (aanvullende) billijke vergoeding moet betalen als de verstoring van de arbeidsrelatie het gevolg is van zijn eigen handelen. Dit staat bekend als de ‘Asscher-escape’.

In de volgende gevallen heeft de werknemer de keuze de kantonrechter te verzoeken de opzegging te vernietigen dan wel een billijke vergoeding toe te kennen:

 Hier is dus geen ernstige verwijtbaarheid vereist aan de kant van de werkgever.

Overgangsrecht
De transitievergoeding geldt voor ontslagprocedures die zijn gestart op of na 1 juli 2015. Voor medewerkers van 50 jaar of ouder met minimaal 10 dienstjaren geldt tot 1 januari 2020 een overgangsregeling. Zij bouwen vanaf de leeftijd van 50 jaar 1 maandsalaris per dienstjaar op. Dit geldt echter niet voor 50-plussers die bij een kleine mkb-werkgever (minder dan 25 werknemers) werken. Voor kleine mkb-werkgevers is er ook een overgangsregeling die geldt tot 1 januari 2020. Bij ontslag om bedrijfseconomische redenen en slechte financiële omstandigheden aan de kant van de werkgever telt de periode vóór 1 mei 2013 niet mee voor de hoogte van de transitievergoeding. Er gelden drie zeer strenge toetsingscriteria om voor deze overgangsregeling in aanmerking te komen. Zowel de kleine mkb-werkgever als de bij hem in dienst zijnde werknemer kan het UWV via een speciaal formulier verzoeken een oordeel te geven over de vraag of aan de genoemde voorwaarden is voldaan.

Het heeft voor de werkgever geen zin om zijn bedrijf op te splitsen in kleine werkmaatschappijen, omdat voor de vraag of sprake is van een kleine werkgever gekeken wordt naar de groep.

Loonbegrip transitievergoeding
Bij het loonbegrip voor de berekening van de transitievergoeding gaat het om een all-in brutomaandsalaris. Voor het loonbegrip voor de transitievergoeding tellen de volgende looncomponenten ook mee:

Vaste looncomponenten zijn componenten die niet afhankelijk zijn van het functioneren van de werknemer of het resultaat van de onderneming. Expliciet als zodanig aangewezen zijn de ploegentoeslag en de overwerkvergoeding. Het is niet van belang of deze een structureel karakter hebben. Variabele looncomponenten daarentegen zijn componenten die wel afhankelijk zijn van het resultaat van de onderneming en/of de prestaties van de werknemer. Bonussen, winstuitkeringen en eindejaarsuitkeringen zijn aangewezen als variabele looncomponenten. Variabele looncomponenten tellen alleen mee als ze zijn overeengekomen. Variabele looncomponenten die niet zijn overeengekomen, bijvoorbeeld een gratificatie, tellen dus niet mee.

Op de te betalen transitievergoeding mag u in mindering brengen:

Let op!
Bij opvolgend werkgeverschap (wat opvolgend werkgeverschap is, leest u verderop in de special) mag u echter de door uw rechtsvoorganger gemaakte inzetbaarheidskosten niet in mindering brengen op de transitievergoeding.

Net als de aanzegvergoeding (lees verderop meer over de aanzegvergoeding) kwalificeert de transitievergoeding als loon uit vroegere dienstbetrekking waarop de groene tabel van toepassing is.

Bijzondere situaties
U moet de transitievergoeding ook betalen als u het dienstverband na twee jaar ziekte wilt beëindigen en ontslag aanvraagt bij het UWV. Werkgevers laten soms een slapend dienstverband in stand om op die manier geen transitievergoeding te hoeven betalen bij ontslag van een zieke werknemer. Kantonrechters hebben hierover geoordeeld dat dit mogelijk wel onfatsoenlijk is, maar nog geen ernstig verwijtbaar handelen oplevert, waardoor de werknemer recht zou hebben op een transitievergoeding als hij zelf ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst verzoekt. Wel loopt u het risico dat de werknemer op enig moment zodanig herstelt dat hij u verzoekt hem passend werk aan te bieden. Ook loopt u het risico dat als u toch op een later moment besluit afscheid van de werknemer te nemen, de door u te betalen transitievergoeding alleen maar verder is opgelopen. Een wetsvoorstel om werkgevers met terugwerkende kracht te compenseren voor de uitbetaling van de transitievergoeding na twee jaar ziekte is inmiddels controversieel verklaard. Dit betekent dat het wetsvoorstel pas weer door een nieuw kabinet behandeld zal worden.

U bent geen transitievergoeding verschuldigd als de arbeidsovereenkomst eindigt:

De transitievergoeding is niet verschuldigd als:

Hiermee wordt tevens voorkomen dat het UWV, die in dergelijke situaties op grond van de loongarantieregeling de betalingsverplichting van de werkgever overneemt, gehouden is deze transitievergoedingen nog uit te betalen. Bij een doorstart na een faillissement is de opvolgend werkgever wel gehouden de dienstjaren voorafgaand aan het faillissement mee te tellen in het kader van de bepaling van de hoogte van de transitievergoeding.

Als de betaling van de transitievergoeding leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering kan de transitievergoeding in termijnen worden betaald. De betaling in termijnen mag zich over maximaal 6 maanden uitstrekken, waarbij de 6 maanden beginnen te lopen 1 maand nadat de arbeidsovereenkomst is geëindigd. De werkgever is bij betaling in termijnen wel de wettelijke rente verschuldigd.

Ontslagrecht is complexe materie. Speelt ontslag binnen uw bedrijf, neem dan contact met ons op.

Versterking rechten tijdelijke arbeidscontracten
Aanzegverplichting bij tijdelijke contracten

Bij tijdelijke contracten van zes maanden of langer moet u uiterlijk een maand voor de overeengekomen einddatum aan de werknemer schriftelijk laten weten of u het contract erna wel of niet wenst voort te zetten en zo ja, onder welke voorwaarden.

Let op!
Een mondelinge aanzegging volstaat niet, ook al is helder dat de werknemer deze heeft ontvangen en dus weet waar hij aan toe is. De schriftelijke aanzegging geldt als een constitutief vereiste.

Tip:
Zorg ervoor dat u als werkgever de aanzegging kunt bewijzen. Verstuur de aanzegging aangetekend aan de werknemer, bewaar het verzendbewijs en vooral de ontvangstbevestiging. U kunt de aanzegging ook voor gezien laten ondertekenen door de werknemer als u deze overhandigt.

U hoeft voorafgaand aan de inwerkingtreding van een pensioenontslagbeding niet aan te zeggen. De aanzegging is immers bedoeld voor werknemers die zich weer op de arbeidsmarkt moeten gaan oriënteren. Ook als een werknemer zelf al minimaal een maand voor de einddatum heeft aangegeven te vertrekken, hoeft u niet aan te zeggen. Wel kan het handig zijn om toch aan te zeggen voor het geval de werknemer zijn ontslagname op een later moment herroept.

Aanzegvergoeding: werkgever komt aanzegverplichting niet (tijdig) na
Wanneer u niet voldoet aan de aanzegplicht, dan heeft de werknemer recht op een kaal brutomaandsalaris. Bent u te laat met aanzeggen, dan bent u een vergoeding naar rato verschuldigd. Het tijdelijke arbeidscontract eindigt wel na de overeengekomen einddatum.

Berekening aanzegvergoeding
Het brutomaandsalaris berekent u door het uurloon te vermenigvuldigen met de arbeidsduur per maand. Heeft u geen vaste arbeidsduur afgesproken, dan vermenigvuldigt u het uurloon met de gemiddelde arbeidsduur per maand in de laatste twaalf maanden. Heeft de werknemer minder dan twaalf maanden bij u gewerkt, dan berekent u over die kortere periode de gemiddelde arbeidsduur. U gaat bijvoorbeeld uit van de gemiddelde arbeidsduur bij oproepcontracten en min-max-contracten. Voor salaris in de vorm van provisie of stukloon berekent u ook het gemiddelde. De aanzegvergoeding kwalificeert als loon uit vroegere dienstbetrekking waarop de groene tabel van toepassing is. De term ‘arbeidsduur’ moet worden uitgelegd als werkdagen en niet als kalenderdagen. Dit betekent dat er dus niet wordt gerekend met 30 of 31 kalenderdagen per maand, maar met 20, 21 of 22 werkdagen. Voor het bepalen van de hoogte van de aanzegvergoeding is de laatste maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst bepalend. Stel dat deze maand 22 werkdagen bevat en de werknemer werkt 7,6 uur per dag (38 uur per week/5 werkdagen). Voor het berekenen van de hoogte van de aanzegvergoeding dient vervolgens het aantal uren per dag te worden vermenigvuldigd met het bruto-uurloon om dit vervolgens weer te vermenigvuldigen met het aantal werkdagen per maand. De aanzegvergoeding bedraagt dan dus 7,6 uur per werkdag x uurloon x 22 werkdagen.

Voor de bepaling van de hoogte van de aanzegvergoeding is bepalend de laatste maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst. Als deze maand 31 dagen telt en de werkgever bijvoorbeeld vier dagen te laat aanzegt, is de werkgever een vergoeding verschuldigd van 4/31ste van het loon. Als de maand 28 dagen telt, betreft de vergoeding 4/28ste deel daarvan.

Let op!
De aanzegvergoeding vervalt als de werknemer zich er niet binnen drie maanden na de dag waarop uw aanzegverplichting is ontstaan bij de rechter op beroept. Ook betaalt u geen aanzegvergoeding bij faillissement, surseance van betaling of bij toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen.

De aanzegvergoeding heeft een beperkter loonbegrip dan de nog te bespreken transitievergoeding. Er wordt uitgegaan van een kaal bruto-uurloon, dus zonder daarbij vakantietoeslag of andere emolumenten op te tellen.

Werkgever verlengt wel, maar is niet duidelijk over de voorwaarden
Als u de werknemer wel hebt laten weten dat u het tijdelijke arbeidscontract wilt verlengen, maar u geeft niet aan onder welke voorwaarden, dan krijgt uw werknemer eenzelfde, nieuw tijdelijk arbeidscontract onder dezelfde voorwaarden. Het nieuwe arbeidscontract loopt even lang als het voortgezette tijdelijke arbeidscontract, maar niet langer dan een jaar.

Proeftijd afhankelijk van duur tijdelijk contract
Vanaf 1 januari 2015 is het verboden in tijdelijke arbeidscontracten van zes maanden of korter een proeftijd op te nemen. Ook is het verboden een proeftijd op te nemen in een aansluitend contract.

Let op! Een nieuwe proeftijd bij de huidige werkgever of bij het in dienst nemen van een uitzendkracht is toegestaan als een werknemer een nieuwe functie aangeboden krijgt die wezenlijk andere vaardigheden en verantwoordelijkheden vereist

Tabel proeftijd tijdelijke arbeidscontracten 

Lengte tijdelijk arbeidscontract 

Lengte maximale proeftijd 

0 tot 6 maanden 

-

> 6 maanden, maar minder dan 2 jaar  

1 maand

2 jaar of langer

2 maanden

Concurrentiebeding
Al sinds 1 januari 2015 is een concurrentie- dan wel relatiebeding in een tijdelijk contract verboden. Bij zwaarwegende bedrijfsbelangen is een concurrentiebeding wel toegestaan als u het zwaarwegende bedrijfsbelang expliciet motiveert in de arbeidsovereenkomst. Het gaat hierbij om specifieke kennis of bedrijfsinformatie die de werknemer tijdens zijn dienstverband verkrijgt. Een schriftelijke motivering kan niet later nog worden toegevoegd. Verder moet de noodzaak voor de aanwezigheid van een concurrentiebeding niet alleen bestaan op het moment van aangaan van het beding, maar ook op het moment dat u zich op het beding beroept. Dit laatste zal bij het einde van het contract het geval zijn.

Let op!
Vanaf 1 januari 2015 kunt u niet langer rechten ontlenen aan een concurrentiebeding als er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van uw kant.

Wat is opgemerkt over het concurrentiebeding geldt in gelijke mate voor het relatiebeding, nu dit ook onder de reikwijdte van de betreffende wettelijke bepaling valt.

Let op!
Voor statutair bestuurders die worden aangenomen op basis van een tijdelijk contract geldt dat er dus niet zonder meer een concurrentiebeding mag worden overeengekomen. Er zal stilgestaan moeten worden bij de schriftelijke motivering ervan.

Een concurrentiebeding moet – om zijn geldigheid te behouden – opnieuw schriftelijk worden overeengekomen indien de juridische entiteit van de werkgever wijzigt en er geen sprake is van overgang van onderneming. In die laatste situatie is immers sprake van een overgang van rechten en plichten van rechtswege. Dit wordt in de praktijk nogal eens vergeten.

Versterking rechten oproepkrachten
Werkt u met oproepkrachten, bijvoorbeeld via een nulurencontract of een min-max-contract? Dan bent u in beginsel verplicht het loon door te betalen als uw werknemer niet heeft gewerkt. Iedere keer dat u de werknemer met een dienstverband van minder dan 15 uur per week oproept, houdt hij recht op minimaal 3 uur loon. Ook als de werknemer maar 1 uur werkt. In de arbeidsovereenkomst kunt u schriftelijk in de eerste 6 maanden uw loondoorbetalingsverplichting uitsluiten. Na de eerste 6 maanden kunt u de loondoorbetalingsverplichting alleen nog uitsluiten indien de toepasselijke cao hier iets over regelt, en alleen bij functies met werkzaamheden van ‘incidentele aard’ en zonder ‘vaste omvang’. Denk daarbij aan piekwerkzaamheden of vervanging bij ziekte.

Meer lezen over de nieuwe regels voor oproepkrachten? Lees de factsheet Werkgevers en oproepkrachten (Ministerie van SZW).

Versterking rechten uitzendkrachten
In de uitzendovereenkomst tussen het uitzendbureau en de uitzendkracht kan een uitzendbeding worden afgesproken. De uitzendovereenkomst eindigt dan automatisch, zonder opzegging en tussenkomst van het UWV, als de opdrachtgever de uitzendkracht niet langer in wil zetten. Ook bij ziekte kan een beroep op het uitzendbeding worden gedaan. De uitzendkracht kan elk moment besluiten om te stoppen met werken bij de opdrachtgever. Het uitzendbeding mag alleen voor de eerste 26 gewerkte weken waarin de uitzendkracht werkt, worden overeengekomen. Vanaf 1 januari 2015 mag deze periode bij cao worden opgerekt tot maximaal 78 weken. Dit is ook gebeurd in de cao van de Algemene Bond van Uitzendondernemingen (ABU-cao).

Let op!
Na de periode van het uitzendbeding gaat de uitzendovereenkomst over in een tijdelijk contract waarop de verruimde ketenbepaling van toepassing is (zie hierna).

Meer lezen over de nieuwe regels voor uitzendkrachten? Lees de factsheet Werken met een uitzendkracht (Ministerie van SZW).

Ketenbepaling
De ketenbepaling regelt wanneer opeenvolgende tijdelijke arbeidscontracten overgaan in een vast arbeidscontract. U kunt sinds 1 juli 2015 met een werknemer nog maximaal 3 tijdelijke contracten in 2 jaar afsluiten. Tot 1 juli 2015 kon u nog maximaal 3 tijdelijke contracten in 3 jaar afsluiten. Na een tussenliggende periode van meer dan 6 maanden is geen sprake meer van opeenvolgende contracten. Dat was tot 1 juli 2015 3 maanden. Dat betekent dat als een tijdelijk contract afloopt en u binnen 6 maanden weer een nieuw contract aangaat met dezelfde werknemer, deze tussenliggende periode meetelt voor de tweejaarsperiode.

Bij cao kan onder zeer stringente voorwaarden afgeweken worden van het aantal contracten en van de totale duur. Ook in een cao voor uitzendkrachten kan de ketenregeling worden verruimd. Maximaal zijn echter 6 contracten toegestaan in een periode van 4 jaar. Er kan als hoofdregel niet bij cao worden afgeweken van de tussenperiode van 6 maanden. De regulier geldende onderbreking van minimaal 6 maanden kan bij cao worden teruggebracht naar ten hoogste 3 maanden voor functies:

  1. waarbij de werkzaamheden als gevolg van klimatologische of natuurlijk omstandigheden seizoensgebonden zijn; en
  2. waarvan deze werkzaamheden gedurende ten hoogste 9 maanden per jaar kunnen worden verricht (het moet dus echt om seizoensgebonden werk gaan).

Werkt u met seizoenskrachten? Dan hebt u als gevolg van bovenstaande wetswijziging die per 1 juli 2016 in werking is getreden meer mogelijkheden (oftewel flexibiliteit) om te werken met tijdelijke arbeidsovereenkomsten zonder dat er direct een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat.

Let op!
De bekorting van de onderbrekingstermijn moet wel in een toepasselijke cao geregeld zijn.

Na afloop van het maximaal aantal toegestane tijdelijke contracten bent u verplicht een contract voor onbepaalde tijd aan uw werknemer aan te bieden als u met hem verder wilt.

Let op!
Voor werknemers tot 18 jaar met een klein dienstverband (12 uur of minder) is de nieuwe ketenregeling niet van toepassing. 

Let op!
Het ketensysteem geldt ook bij op elkaar volgende arbeidsovereenkomsten tussen een werknemer en verschillende werkgevers die ten aanzien van de te verrichten arbeid redelijkerwijze geacht worden elkaars opvolger te zijn. Dit duiden we aan met de term ‘opvolgend werkgeverschap’. Als een uitzendkracht bij de inlener in dienst treedt om daar hetzelfde werk te blijven doen, is de inlener opvolgend werkgever.

Tip:
Soms kan het handig zijn om 2 contracten voor 1 jaar in plaats van 3 contracten in maximaal 2 jaar tijd af te sluiten. Bij 5 sectoren geldt namelijk een hogere sectorpremie bij contracten met een looptijd korter dan 1 jaar. Het gaat dan om de volgende 5 sectoren: agrarisch bedrijf, bouwbedrijf, horeca, algemeen culturele instellingen, schildersbedrijf.

Samengevat ontstaat een vast contract vanaf 1 juli 2015:

 Lees de factsheet Arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd verlengen (factsheet voor werkgevers) (Ministerie van SZW).

Duur WW per 1 januari verlaagd
Sinds 1 januari 2016 wordt de maximale duur van de publieke WW-uitkering stapsgewijs verlaagd. Dit gebeurt met één maand per kwartaal, te rekenen vanaf 1 januari 2016. Vanaf april 2019 is de maximale WW-uitkering dan nog maximaal 24 in plaats van maximaal 38 maanden. De hoogte van de WW-uitkering blijft gekoppeld aan het laatstverdiende loon. Vanaf 2016 wordt er gedurende de eerste 10 jaar één maand WW opgebouwd per dienstjaar en na die 10 jaar 0,5 maand, zodat na 38 maanden de maximale WW-duur 24 maanden bedraagt. Opgebouwd arbeidsverleden vóór 2016 wordt gerespecteerd.

Werknemers die te maken hebben met een werkgever die failliet is dan wel voor wie surseance van betaling is aangevraagd en die hun loon niet uitbetaald hebben gekregen, kunnen bij het UWV aankloppen om de loonbetaling over te nemen. Dit staat bekend als de loongarantieregeling. Vanaf 1 januari 2016 is de overname van de betalingsverplichtingen gemaximeerd tot maximaal 1,5 maal het maximumdagloon.

Let op!
Werknemers die nog vóór 1 januari 2016 werkloos zijn geworden, behouden hun recht op de oorspronkelijke WW-duur.

Ook de opbouw van WW-rechten is vanaf 1 januari 2016 beperkt. Werknemers bouwen in de eerste 10 jaar van hun loopbaan 1 maand WW-recht op per gewerkt jaar. Daarna bouwen zij per gewerkt jaar 0,5 maand op. WW-rechten die werknemers al hebben opgebouwd voor 1 januari 2016 blijven tellen voor 1 maand. Deze maatregel geldt voor mensen die op of na 1 januari 2016 een WW-uitkering ontvangen.

Pas WW-recht na verstrijken opzegtermijn
Vanaf 1 januari 2016 is de fictieve opzegtermijn afgeschaft. Wettelijk is nu bepaald dat de werknemer geen recht op een WW-uitkering heeft, zolang de rechtens geldende opzegtermijn niet is verstreken en de arbeidsovereenkomst is geëindigd door opzegging of doordat daarover schriftelijk overeenstemming is bereikt. Als datum waarop de dienstbetrekking wordt geacht te zijn opgezegd, geldt de datum waarop a. de beëindiging schriftelijk is overeengekomen; of b. de werkgever de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. Gedurende de periode dat er geen opzegtermijn in acht is genomen, geldt een uitsluitingsgrond. Pas na afloop wordt een WW-uitkering toegekend en gaat de duur van de WW-uitkering lopen. Dit is gunstiger voor de werknemer. Tot 1 januari 2016 werd namelijk – als de opzegtermijn niet in acht was genomen – de WW-uitkeringsduur verkort met de duur van de niet in acht genomen opzegtermijn.

Bij een tussentijdse beëindiging met wederzijds goedvinden van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zonder tussentijds opzegbeding, heeft de werknemer geen recht op een WW-uitkering totdat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zou zijn verstreken. Het WW-recht gaat dus later in.

Wijzigingen WW per 1 juli 2015
Vanaf 1 juli 2015 geldt dat al na een halfjaar WW-uitkering alle arbeid als passend wordt gezien en is de systematiek van urenverrekening vervangen door inkomensverrekening.

Passende arbeid
Na een halfjaar WW-uitkering wordt alle arbeid als passend gezien. Dat gebeurde tot 1 juli 2015 pas na een jaar. Dit betekent dat het niveau of salaris van een baan geen belemmering meer mag zijn om die baan te accepteren of daarop te solliciteren.

Inkomensverrekening
Bij urenverrekening wordt de WW-uitkering gekort op basis van het aantal gewerkte uren. Bij inkomensverrekening wordt de WW-uitkering gekort op basis van het verdiende inkomen. Werknemers hoeven 30% van het zelf verdiende inkomen niet te verrekenen. Het loont hierdoor eerder om een lager betaalde baan te accepteren.

Wijzigingen WW gevolgen voor WGA
De wijzigingen in de duur van de WW-uitkering werken een-op-een door in de wijziging van de duur van de WGA-loongerelateerde uitkering. Dit betekent dat u voor werknemers die op of na 1 januari 2016 zijn ingestroomd, in de WGA gedurende een kortere periode te maken krijgt met de relatief dure WGA-loongerelateerde uitkering. Deze uitkeringen worden immers – als u een (middel)grote werkgever bent – aan u toegerekend, ofwel in de vorm van een verhoogde premie WGA-vast in de beschikking premie Werkhervattingskas, ofwel in de vorm van een te betalen uitkering als u eigenrisicodrager bent.

Collectieve reparatie derde WW-jaar in cao’s
Sociale partners hebben afgesproken dat ze in cao’s zullen overgaan tot reparatie van het derde WW-jaar. De werkgevers hebben daar wel een aantal stringente voorwaarden aan gesteld. Zo mag de gekozen constructie niet leiden tot extra bureaucratische rompslomp en administratieve lasten bij werkgevers. De premies die werknemers moeten betalen, moeten echt voor rekening van de werknemers komen. Er mag verder geen sprake zijn van precedentwerking, wat inhoudt dat de constructie uitsluitend en alleen voor de uitvoering van het derde WW-jaar is. Ook willen werkgevers een voortdurende en kritische controle op de werkbaarheid en doelmatigheid.

Tot slot
U bent nu weer up-to-date over zaken als ontslag, transitievergoeding, tijdelijke krachten, ketenbepaling en WW. Wilt u meer over deze onderwerpen weten? Dan kunt u ons altijd bellen.

Disclaimer
Bij de samenstelling van de Special Ontslagrecht 2017 is naar uiterste betrouwbaarheid en zorgvuldigheid gestreefd. Onze organisatie kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden en de gevolgen hiervan.

 

Bron:SRA- Publicatiedatum:31-05-2017

Twitter Facebook


Hoe snel moet de Belastingdienst reageren op uw bezwaar?
Ondernemers die het niet eens zijn met een beslissing van de inspecteur, kunnen in bezwaar. De inspecteur moet hierop in beginsel binnen twaalf weken reageren, te rekenen vanaf de dag van de aanslag waartegen bezwaar wordt gemaakt. In de praktijk wordt deze termijn in ongeveer 20% van de gevallen niet gehaald, zo blijkt uit een brief aan de Tweede Kamer.lees verder>

In december nog ruimte voor kerstpakket?
Maakt u uw personeel dit jaar blij met een kerstpakket? Dan mag u de kosten onderbrengen in de werkkostenregeling. Tenzij u deze al maximaal heeft benut door alle extraatjes van het afgelopen jaar. Ondernemers in de inkomstenbelasting mogen deze kosten dan aftrekken van de winst. lees verder>

Nieuw: smartengeld voor naasten slachtoffer
Vanaf 1 januari 2019 kunnen naasten van slachtoffers een vergoeding vragen voor geleden schade, ook wel bekend als affectieschade. Op 1 januari 2019 treedt namelijk de Wet vergoeding affectieschade en het Besluit vergoeding affectieschade in werking. lees verder>

Zo blijft de kerstborrel betaalbaar
Gaat u dit jaar rond de feestdagen weer borrelen of uit eten met uw personeel, zorg dan dat dat voor u fiscaal gezien aantrekkelijk uitpakt. Wat zijn de mogelijkheden?lees verder>

5 tips voor uw douanezaken
Theresa May mag aanblijven als premier van het Verenigd Koninkrijk. Daarmee is de onzekerheid rond de Brexit allerminst weg. De kans op een ‘No Deal’ lijkt zelfs gegroeid. Alle reden om u goed voor te bereiden, ongeacht de uitkomst van de onderhandelingen.lees verder>

Btw-aftrek op bouwkosten door zonnepanelen?
Een directeur-grootaandeelhouder bouwt een nieuwe woning, voor zakelijk en privégebruik. In de woning komt een werkkamer die wordt verhuurd aan de bv en er komen zonnepanelen op het dak. De woning dient als ondergrond voor de zonnepanelen dus wil de dga de btw op de hele woning aftrekken. Wat vindt de rechter daarvan?lees verder>

Overdracht aandelen onroerendgoed-bv? Geen overdrachtsbelasting
Bij schenking van onroerend goed dat tot een onderneming behoort, hoeft onder voorwaarden geen overdrachtsbelasting te worden betaald. De Hoge Raad heeft in een eerder arrest bepaald dat dit ook geldt in de situatie waarin het gaat om aandelen in een bv die onroerend goed exploiteert.lees verder>

Stemming over Brexit-akkoord uitgesteld
De Britse premier Theresa May heeft de stemming in het Lagerhuis over het Brexit-akkoord tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie uitgesteld. Alles wees erop dat een meerderheid van het Britse Lagerhuis tegen het conceptakkoord zou stemmen. Het is nog niet duidelijk wanneer de stemming die vandaag dinsdag 11 december zou zijn, dan nu plaatsvindt.lees verder>

Loonkostenvoordeel lage inkomens? Nieuwe tarieven 2019
Heeft u werknemers in dienst met een laag loon? Dan heeft u misschien recht op een tegemoetkoming in de loonkosten. De grenzen voor het uurloon voor het lage-inkomensvoordeel (LIV) zijn voor het jaar 2019 onlangs vastgesteld. De grenzen zijn aangepast vanwege de stijging van het minimumloon per 1 januari 2019.lees verder>

Nieuwe fiscale regels elektrisch rijden
De overheid wil het gebruik van volledig elektrische auto's nog steeds stimuleren. Daarom geldt er een aantal fiscale voordelen. Per 1 januari 2019 gaan deels nieuwe regels gelden. Welke zijn dit en wat levert het u op?lees verder>

Minder belasting betalen door verrekenen verlies?
Als u in een jaar met uw bedrijf verlies lijdt, mag u dit verrekenen met uw inkomens uit andere jaren. Dit hoeft echter niet altijd te betekenen dat u daardoor ook minder belasting betaalt.lees verder>

Belastingdienst start nieuw portaal voor ondernemers
Op 3 januari 2019 start de Belastingdienst een nieuw portaal voor ondernemers waar zij zelf een aantal zaken kunnen regelen. Dit portaal, Mijn Belastingdienst Zakelijk, staat in de beginfase alleen open voor zzp'ers en eenmanszaken. In de loop van 2019 gaat het portaal open voor alle ondernemers.lees verder>

Belgische werknemer recht op heffingskorting?
Vanaf 1 januari 2019 hebben alleen inwoners van Nederland nog recht op het belastingdeel van de heffingskortingen. 'Niet-inwoners' hebben daar geen recht meer op. Voor Belgische werknemers geldt echter een uitzondering.lees verder>

Hoeveel bedraagt in 2019 de bijtelling voor mijn auto?
In 2019 gaat de bijtelling voor de duurdere elektrische auto veranderen. Maar ook voor alle auto's, elektrisch en niet-elektrisch, die in 2014 voor het eerst op kenteken zijn gezet. Wat betekent dit voor u?lees verder>

Pensioen in eigen beheer? Profiteer nog van 25% korting
Sinds 1 juli 2017 kunt u als dga geen pensioen in eigen beheer meer opbouwen. U kunt het opgebouwde pensioen in eigen beheer wel afkopen. Doet u dat nog in 2018, dan krijgt u 25% korting. In 2019 is dit nog maar 19,5%.lees verder>

Zonnepanelen niet mee in WOZ-waarde
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vindt dat zonnepanelen meetellen bij het bepalen van de WOZ-waarde van een pand. De Tweede Kamer is het hier niet mee eens en wil hier een einde aan maken. Een motie met een dergelijke strekking is aangenomen en zal naar verwachting door het kabinet worden uitgevoerd.lees verder>

Fiscus in actie om foute aangifte starter
Veel startende ondernemers maken fouten bij het indienen van hun belastingaangiftes. De fiscus focust zich de komende tijd op het voorkomen hiervan, in plaats van controles achteraf. Dit staat in het jaarplan van de Belastingdienst voor 2019.lees verder>

Europees tolnetwerk stap dichterbij
De Europese Raad en het Europees Parlement hebben een voorlopige overeenkomst bereikt over het EETS-dossier. Met dit European Electronic Toll Service-systeem kunnen weggebruikers in Europa automatische tolbetalingen doen met slechts één On Board Unit (OBU). Het dossier bevat een aantal belangrijke elementen.lees verder>

Premiepercentages werknemersverzekeringen 2019
De nieuwe percentages voor de premies van de werknemersverzekeringen zijn vastgesteld voor het nieuwe jaar. De sectorpremies voor de Werkloosheidswet, de WW, worden in 2019 flink verlaagd. Was de gemiddelde premie in 2018 nog 1,28%, voor 2019 wordt 0,77 % gehanteerd. lees verder>

Top 7 Dutch Year End Tips 2018
As an entrepreneur in The Netherlands, are there any financial measures that you can still take this year that are beneficial to your company? How can you already start to plan for changes that will apply in 2019? Here are our top 7 practical tips: lees verder>

Zakelijk schenken
In privé kunt u aan algemeen nut beogende instellingen, ANBI’s, belastingvrij schenkingen doen. Het bedrag kunt u aftrekken als gift in de aangifte inkomstenbelasting. Maar u kunt ook als bedrijf schenken, bijvoorbeeld vanuit de bv. In sommige gevallen kan dat aantrekkelijker zijn.lees verder>

Premie lijfrente bij FOR wel aftrekbaar voor Zvw
Premies die betaald worden voor een lijfrente, zijn niet van invloed op de berekening van de premie Zorgverzekeringswet (Zvw). Staakt u uw bedrijf en koopt u een lijfrente die wordt verrekend met de fiscale oudedagsreserve, dan mag de lijfrentepremie wel in aftrek worden gebracht, aldus de Hoge Raad.lees verder>

Uitstel opvolger zzp-wet
Het kabinet wil de wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie (wet DBA) vervangen. Maar dat gaat niet zonder problemen. De nieuwe wet zal pas vanaf 2021 in werking treden, zo schrijven de bewindslieden Koolmees en Snel.lees verder>

Tarief WBSO al omhoog in 2019
Het percentage voor de tweede schijf van de WBSO wordt in 2019 verhoogd van 14% naar 16%. Deze verruiming zou eerst pas in 2020 plaatsvinden.lees verder>

Belangrijkste btw-wijzigingen per 2019
Vanaf 1 januari 2019 gaat er nogal wat veranderen op btw-gebied. De belangrijkste zaken voor ondernemers op een rij.lees verder>

Overgangsmaatregel fiscale eenheid vervalt, actie nodig?
In oktober 2017 werd de spoedreparatie van de fiscale eenheid vennootschapsbelasting aangekondigd. Toen het wetsvoorstel openbaar werd in juni 2018, bleek er een overgangsmaatregel voor het mkb opgenomen. lees verder>

Wat betekent het Brexit-akkoord voor uw bedrijf?
De 27 lidstaten die overblijven in de Europese Unie (EU) hebben ingestemd met het akkoord dat het vertrek van het Verenigd Koninkrijk (VK) regelt. Premier May moet dit akkoord in december nog wel door het Britse Lagerhuis loodsen en ook het Europese parlement moet nog instemmen.lees verder>

Jaaraangifte btw kleine ondernemer blijft
Draagt u niet meer dan € 1.883 aan btw af per jaar? Dan blijft de mogelijkheid bestaan de btw-aangifte eens per jaar te doen. Het kabinet had voorgesteld deze mogelijkheid in de nieuwe kleine ondernemersregeling, de KOR, te schrappen. De Tweede Kamer heeft ervoor gezorgd dat de jaaraangifte voor de btw gehandhaafd blijft.lees verder>

Wijziging btw-regels digitale diensten aan EU-landen
Per 1 januari 2019 verandert de fiscale regelgeving voor de btw over digitale diensten aan consumenten in andere EU-landen. In verband met deze wijziging is er een nieuw formulier beschikbaar op de site van de Belastingdienst.lees verder>

Onbelaste vergoeding vrijwilligers omhoog
De vergoeding die vrijwilligers belastingvrij mogen ontvangen, gaat per 1 januari 2019 omhoog van € 1500 naar € 1700 per jaar. Dit staat in de tweede Nieuwsbrief Loonheffingen 2019.lees verder>

Komt Sint voor de kids van uw personeel?
Sinterklaas is weer in het land. Misschien een mooie gelegenheid om iets leuks te organiseren voor de kinderen van uw personeel. Wat zijn de fiscale regels als u dit kinderfeest organiseert?lees verder>

Kilometer fee replaces Euro vignette
From 2023, EU member states that wish to charge trucks and delivery vans for use of their road and traffic infrastructure can only do so with a kilometer fee. This proposal was accepted by the European Parliament on 25th October 2018. lees verder>

Oude lening gebruiken voor nieuwe woning?
Als u een eigen woning bezit, kunt u in beginsel de hypotheekrente aftrekken. Verkoopt u de woning en koopt u een andere woning terug, dan geldt het uitgangspunt dat u de 'oude' lening kunt toerekenen aan de nieuw gekochte woning. Dit kan ook als de oude woning op het moment van aankoop van de nieuwe, nog niet is verkocht. Dit heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden eerder beslist.lees verder>

Geen belasting over pleegvergoeding
Pleegouders hoeven per 1 januari 2019 geen belasting te gaan betalen over de vergoeding die ze voor het verzorgen van pleegkinderen ontvangen. Dit voorstel heeft het kabinet onlangs naar de Tweede Kamer gestuurd. lees verder>

AVG: recht werknemer op personeelsgegevens
Werkgevers houden personeelsgegevens van in dienst zijnde werknemers bij. Deze werknemers hebben volgens de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) recht op inzage in hun personeelsdossier en desgewenst op een kopie van de zich hierin bevindende stukken.lees verder>

Kilometerheffing voor vrachtwagens in 2023
Het kabinet gaat een heffing voor vrachtwagens invoeren. De heffing moet per 2023 ingaan. De uitgangspunten voor de heffing zijn onlangs gepresenteerd.lees verder>

Akkoord over Belastingplan 2019
De Tweede Kamer is akkoord gegaan met het Belastingplan 2019. De wetsvoorstellen zijn door de Tweede Kamer op een paar punten aangepast. Het gaat in totaal om 8 wetten en meer dan 60 maatregelen voor burgers en het bedrijfsleven. De Eerste Kamer behandelt de plannen op 11 december en stemt op 18 december a.s.lees verder>

Onenigheid over Brexit-deal
Groot-Brittannië en de EU hebben woensdag een deal bereikt over de Brexit. Hierin zou zijn opgenomen dat Groot-Brittannië in ieder geval tot 2021 een soort douane-unie aangaat met de EU. Dit betekent dat men formeel geen lid van de EU meer is, maar nog wel dezelfde regels hanteert. Daardoor blijft export zonder obstakels mogelijk.lees verder>

Voorlopig akkoord Brexit
De onderhandelaars van het Verenigd Koninkrijk (VK) en de Europese Unie (EU) hebben een voorlopig akkoord bereikt over de Brexit. De deal betekent waarschijnlijk dat het VK de komende jaren onderdeel blijft van een douane-unie met de EU.lees verder>

Gemeente: wel of geen btw-ondernemer?
Als u voor de btw als ondernemer wordt aangemerkt, heeft dit als voordeel dat aan u in rekening gebrachte btw in beginsel aftrekbaar is. Maar wanneer bent u voor de btw een ondernemer? De Hoge Raad heeft zich er onlangs weer eens over uitgelaten, ditmaal betrof het een gemeente.lees verder>

Heeft een OR-lid ontslagbescherming?
Naast zieke- en zwangere werknemers geldt er ook een ontslagverbod voor werknemers die lid zijn van de ondernemingsraad (OR). Dit ontslagverbod houdt in dat de werkgever de arbeidsovereenkomst met een werknemer die lid is van de OR niet kan opzeggen. Maar er zijn uitzonderingen.lees verder>

Monumentenonderhoud nog in 2018?
Onderhoud aan een monumentenpand dat nog in 2018 uitgevoerd én betaald wordt, is nog in 2018 aftrekbaar. Daarna is dit niet meer mogelijk en moet er een subsidie worden aangevraagd. Wie nog van de oude regeling gebruik wil maken, moet dus opschieten!lees verder>

Recht op huur- of zorgtoeslag of kindgebonden budget in 2019?
De huurtoeslag, zorgtoeslag en het kindgebonden budget kennen een vermogenstoets. Of er recht bestaat op een dergelijke toeslag, is daarmee niet alleen afhankelijk van het inkomen maar ook van het vermogen van de toeslaggerechtigde, de eventuele toeslagpartner en de eventuele minderjarige kinderen waarover gezag wordt uitgeoefend. Bij de huurtoeslag telt tevens het vermogen van een medebewoner mee.lees verder>

Wijziging aangiftetijdvak nu doorgeven!
Als u voor de loonheffingen van aangiftetijdvak wilt veranderen, moet u dat nu doen. Wacht u tot na 14 december, dan bent u te laat en moet u minstens een jaar wachten.lees verder>

Nieuwe regels compensatie overuren
Verdient uw werknemer het minimumloon? Dan mag u met deze werknemer vanaf 1 januari 2019 alleen nog afspraken over compensatie van overuren in tijd maken als dat in de cao is vastgelegd. Voor uitzendkrachten geldt dan de cao van de inlener. lees verder>

Brexit-voucher? Vraag hem aan!
Doet u zaken met het Verenigd Koninkrijk en blijkt dat uw onderneming te maken krijgt met de gevolgen van de Brexit? Dan is er de Brexit-voucher die u helpt zich hierop voor te bereiden. Vraag hem aan!lees verder>

Maximale transitievergoeding hoger in 2019
Per 1 januari 2019 bedraagt de maximale transitievergoeding € 81.000, een stijging van € 2000 ten opzichte van dit jaar. Een werknemer kan alleen meer ontvangen als zijn jaarsalaris hoger is dan € 81.000.lees verder>

Waar is uw bedrijf voor de btw gevestigd?
Voor de omzetbelasting is het van belang dat een ondernemer in Nederland gevestigd is of hier een vaste inrichting heeft. Maar wanneer is een onderneming hier gevestigd? Welke factoren spelen een rol?lees verder>

Forse herziening ontslagrecht
Het kabinet is het eens over een forse herziening van het arbeidsrecht. Het ontslagrecht wordt versoepeld, maar er komt ook een mogelijkheid tot een langer tijdelijk contract en een langere proeftijd. Ook de regels inzake een transitievergoeding bij ontslag worden herzien.lees verder>

Aanvraag WBSO uiterlijk 30 november
Als u in aanmerking wilt komen voor afdrachtvermindering Speur- en Ontwikkelingskosten per 1 januari 2019, moet u dat uiterlijk 30 november aanvragen. Zelfstandig ondernemers moeten dit vóór 1 januari 2019 doen. De tarieven voor 2019 zijn ongewijzigd ten opzichte van 2018. In 2020 wordt het budget verhoogd.lees verder>

sitemap