Twitter Facebook LinkedIn App Store Google play
U bevindt zich hier: home » u&boon » Special Lonen 2018 (update juni 2018) - Deel 1&boon »

Special Lonen 2018 (update juni 2018) - Deel 1 &boon

Heeft u personeel in dienst? U vindt hier actuele wet- en regelgeving en cijfers (per 1 juli 2018) over onder meer de nieuwe AVG, de Wet DBA, auto van de zaak, het minimumloon, dga-pensioen en het LIV en LKV. Handig en overzichtelijk bij elkaar!

Inhoudsopgave

1      Wet tegemoetkomingen loondomein
1.1      Lage-inkomensvoordeel
1.1.1      Voorwaarden LIV
1.1.2      Bedragen LIV 2018
1.1.3      Verloonde uren
1.1.4      Aanvraag LIV

1.2      Loonkostenvoordeel
1.2.1      Vier loonkostenvoordelen
1.2.2      Voorwaarden LKV’s
1.2.3      Doelgroepverklaring
1.3      Jeugd-LIV

2      Wet DBA gaat op de schop
2.1      Van DBA naar nieuwe wet

3      Pensioen
3.1      Pensioenleeftijd omhoog
3.2      Pensioen in eigen beheer afgeschaft: welke keuze maakt u?
3.2.1      Mogelijkheid 1: afkopen met een belastingkorting
3.2.2      Mogelijkheid 2: omzetten in een oudedagsverplichting
3.2.3      Mogelijkheid 3: het pensioen in eigen beheer ongewijzigd laten

4      Auto
4.1      Bijtelling privégebruik auto 2018
4.2      Bijtellingsverschil auto van de zaak niet discriminerend

5      Varia loon- en premieheffingen
5.1      Minimumloon iets omhoog per 1 juli 2018
5.2      Gebruikelijk loon dga
5.3      Gebruikelijk loon voor innovatieve start-ups
5.4      Lage sectorpremie bij overeenkomst onbepaalde tijd en jaarurennorm
5.5      Pseudo-eindheffing en optierechten
5.6      Beperking toepassing heffingskortingen buitenlandse belastingplichtigen
5.7      Premies WGA en ZW 2018 bekend
5.8      Extra administratie bij verlenging WW-uitkering
5.9      Extra overstapmogelijkheid eigenrisicodragerschap WGA
5.10       Langere termijn ziekteaangifte eigenrisicodragers
5.11       WBSO-vereenvoudiging voor werkgevers op komst

6      AVG-privacyregels

7      Arbeidsrecht en varia
7.1      Wijzigingen Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag
7.1.1      Minimumloon bij overwerk (meerwerk)
7.1.2      Minimumloon bij stukloon
7.1.3      Minimumloon voor opdrachtnemers
7.2      Vakantietoeslag over overwerkloon vanaf 2018
7.3      Transitievergoeding bij ontslag per 2018 omhoog

1.     Wet tegemoetkomingen loondomein 

De Wet tegemoetkomingen loondomein bestaat uit twee onderdelen: 1) het lage-inkomensvoordeel en 2) het loonkostenvoordeel. Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is ingevoerd per 1 januari 2017. Met ingang van 2018 werden het loonkostenvoordeel (LKV) en het jeugd-LIV ingevoerd. 

1.1     Lage-inkomensvoordeel 

Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is ingevoerd per 1 januari 2017. Alle werknemers die aan de voorwaarden voldoen, komen per 1 januari 2017 in aanmerking voor het LIV.

1.1.1   Voorwaarden LIV

Om in aanmerking te komen voor het LIV gelden de volgende voorwaarden:

1.1.2   Bedragen LIV 2018

Het LIV wordt een vast bedrag per verloond uur, met een vast bedrag als jaarmaximum per medewerker:

Gemiddeld uurloon 2018

LIV per werknemer per uur

Maximaal LIV

per werknemer per jaar

≥ € 9,82 ≤ € 10,81

€ 1,01

€ 2.000 per jaar

˃ € 10,81 ≤ € 12,29

€ 0,51

€ 1.000 per jaar


Het gemiddelde uurloon wordt berekend door het jaarloon te delen door het totale aantal verloonde uren.

Voor de vaststelling van het jaarloon tellen alle inkomensbestanddelen mee. Dit betekent dat toeslagen voor overwerk of bijzondere uren meetellen en van invloed kunnen zijn op het gemiddelde uurloon. Eindheffingsbestanddelen tellen niet mee. Ziekte heeft in beginsel geen invloed op het recht op LIV, omdat het gaat om verloonde uren en niet om gewerkte uren. Er wordt, om te beoordelen of een werknemer binnen de grenzen van het LIV valt, uitgegaan van het SV-loon. Door de inhouding van pensioenpremie kan het SV-loon lager zijn dan het wettelijk minimumloon. Dit heeft tot gevolg dat het recht op LIV kan komen te vervallen.

1.1.3   Verloonde uren

Verloonde uren zijn uren waarover loon wordt betaald. Hieronder vallen:

Welke uren zijn geen verloonde uren?

De volgende uren vallen niet onder verloonde uren:

1.1.4   Aanvraag LIV

Het LIV hoeft niet apart aangevraagd te worden door de werkgever. Het UWV beoordeelt op basis van de polisadministratie voor welke werknemers een werkgever recht heeft op het LIV en baseert zich hierbij op de aangiften loonheffingen die door de werkgever bij de Belastingdienst zijn ingediend.

De juistheid van de loonaangiften is dus van groot belang. Eventueel herstel van fouten is alleen mogelijk tot 2 mei van het volgende jaar (derhalve voor LIV over 2018 uiterlijk op 1 mei 2019). Daarna kan een eventueel recht op LIV niet meer worden geclaimd. De beoordeling van het LIV vindt plaats per werkgever. Als een werknemer onder verschillende subnummers wordt verloond, moeten de verloonde uren en het jaarloon bij elkaar worden opgeteld. Het LIV wordt overgemaakt op het rekeningnummer dat hoort bij subnummer L01.

1.1.4.1      Uitbetaling

Het LIV, jeugd-LIV en LKV worden automatisch uitbetaald als uit de loonaangiften blijkt dat een werkgever hier recht op heeft. Dit gaat als volgt in zijn werk:

  1. De werkgever krijgt vóór 15 maart van het volgende jaar van de Belastingdienst een voorlopige berekening van het LIV, jeugd-LIV en LKV. Die berekening is voor het jaar 2018 gebaseerd op de aangiften en correcties over 2018 tot en met 31-01-2019.
  2. Tot en met 1 mei 2019 kunt u correcties over 2018 sturen. Die worden nog meegenomen in de definitieve berekening, correcties na 1 mei niet meer.
  3. De Belastingdienst stuurt een beschikking met de definitieve berekening van het LIV, jeugd-LIV en LKV naar de werkgever. Dat gebeurt vóór 1 augustus van het volgende jaar, op basis van de gegevens die bekend zijn. Deze beschikking is vatbaar voor bezwaar.
  4. Binnen 6 weken na dagtekening van de beschikking worden de bedragen uitbetaald.

Let op!
Hoewel niet meer de verwachting, heeft de minister van Sociale zaken de mogelijkheid om in 2018 bovengenoemde data maximaal twee maanden uit te stellen.

Let op!
Bovenstaande uitbetaling gebeurt voor jeugd-LIV en LKV voor het eerst in 2019, aangezien deze voordelen pas in 2018 van start gaan en slechts achteraf het gemiddelde uurloon en het aantal verloonde uren kunnen worden vastgesteld.

1.2     Loonkostenvoordeel 

Vanaf 2018 krijgen werkgevers die oudere uitkeringsgerechtigden, arbeidsbeperkten of werknemers die onder de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden vallen, in dienst nemen, recht op zogenaamde loonkostenvoordelen (LKV’s). Deze LKV’s vervangen de premiekortingen zoals we die tot dusverre kennen. Het LKV bestaat vanaf 2018 uit een vast bedrag per verloond uur met een maximaal bedrag per jaar. Net als bij de huidige premiekortingen bestaat maximaal drie jaar recht op een LKV. Alleen voor de LKV herplaatste arbeidsgehandicapte werknemer geldt slechts een periode van één jaar.

1.2.1   Vier loonkostenvoordelen 

LKV

Bedrag per verloond uur

Maximumbedrag

per jaar

Duur

Oudere werknemer

€ 3,05

€ 6.000

3 jaar

Arbeidsgehandicapte werknemer

€ 3,05

€ 6.000

3 jaar

Doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden

€ 1,01

€ 2.000

3 jaar

Herplaatsen arbeidsgehandicapte

werknemer

€ 3,05

€ 6.000

1 jaar

1.2.2   Voorwaarden LKV’s

Als bij aanvang van de dienstbetrekking aan de voorwaarden wordt voldaan, kan de werkgever gedurende drie jaar een verzoek tot een tegemoetkoming indienen. Voor het ‘LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer’ geldt een periode van één in plaats van drie jaar.

Om in aanmerking te komen voor het LKV gelden de volgende voorwaarden:

Daarnaast gelden per soort LKV nog aanvullende voorwaarden die hieronder worden uitgewerkt.

LKV oudere werknemer
De werknemer had in de maand voorafgaand aan de dienstbetrekking recht op o.a. een WW-, WAO-, WIA-, Wajong- of WAZ-uitkering. De werknemer is op het moment van aanvang van de dienstbetrekking 56 jaar of ouder.

Een verschil met de vroegere premiekorting oudere werknemer is dat het LKV niet geldt voor degenen die voor aanvang van de dienstbetrekking recht hadden op een ANW-uitkering, een wachtgelduitkering of een uitkering Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers.

LKV arbeidsgehandicapte werknemer

LKV doelgroep banenafspraak

LKV herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer

1.2.3   Doelgroepverklaring

De werknemer vraagt een doelgroepverklaring aan bij het UWV of de gemeente. De doelgroepverklaring wordt uitsluitend verstrekt aan de werknemer. De werknemer kan echter ook de werkgever machtigen om namens de werknemer de verklaring aan te vragen en te ontvangen.

De doelgroepverklaring moet binnen drie maanden na aanvang van de dienstbetrekking worden aangevraagd. Na deze termijn wordt de doelgroepverklaring niet meer verstrekt en kan de werkgever geen aanspraak meer maken op het LKV, ook niet met betrekking tot toekomstige perioden van het dienstverband.

De werkgever die beschikt over een doelgroepverklaring kan alleen om het LKV verzoeken door de indicatie voor het LKV in de loonaangifte aan te zetten. Zonder indicatie in de loonaangifte wordt geen LKV toegekend. De werkgever bewaart de doelgroepverklaring in zijn administratie.

1.3     Jeugd-LIV

Het jeugd-LIV is een nieuwe, jaarlijkse tegemoetkoming voor werkgevers in verband met de verhoging van het minimumjeugdloon. Dat betekent extra loonkosten voor werkgevers. Daarom krijgen werkgevers sinds 1 januari 2018 het jeugd-LIV voor werknemers die aan de voorwaarden voldoen. 

Voorwaarden jeugd-LIV
Een werkgever heeft recht op het jeugd-LIV voor elke werknemer die voldoet aan deze drie voorwaarden:

Het gemiddelde uurloon is het loon uit dienstbetrekking van een jaar, gedeeld door het aantal verloonde uren in dat jaar.

Bedragen jeugd-LIV
Heeft een werkgever voor een werknemer recht op het jeugd-LIV? Dan krijgt de werkgever een bedrag per verloond uur. Het bedrag per uur verschilt per leeftijd. Hoeveel het voordeel in 2018 precies is, hangt af van zowel het aantal verloonde uren als van de leeftijd van de werknemer op 31 december 2017.

Leeftijd op

31-12-2017

Jeugd-LIV

per werknemer

per verloond uur

Maximaal jeugd-LIV per werknemer per jaar

18 jaar

€ 0,23

€ 478,40

19 jaar

€ 0,28

€ 582,40

20 jaar

€ 1,02

€ 2.121,60

21 jaar

€ 1,58

€ 3.286,40

In 2018 is het jeugd-LIV 1,5 keer zo hoog als in 2019. Dit komt omdat het minimumjeugdloon per 1 juli 2017 werd verhoogd, terwijl het jeugd-LIV pas per 1 januari 2018 is ingevoerd.

De eis van minimaal 1.248 verloonde uren van het LIV geldt niet voor het jeugd-LIV.

Let op!
Een werkgever die gebruikmaakt van bbl-leerlingen kan ook in aanmerking komen voor het jeugd-LIV. De werkgever krijgt deze tegemoetkoming als hij de bbl-leerling betaalt volgens het wettelijk minimumjeugdloon dat hoort bij zijn leeftijd. De werkgever mag de bbl-leerling ook minder betalen dan het wettelijk minimumjeugdloon. Doet hij dat, dan is er geen recht op jeugd-LIV.

Let op!
Indien de werkgever in de loonaangifte onjuiste gegevens heeft opgenomen, terwijl het voor de toepassing van deze wet van belang is dat deze juist zijn, kan hem een bestuurlijke boete van maximaal € 1.319 per gegeven per werknemer per jaar worden opgelegd.

Let op!
Bij de premiekortingen bestond de mogelijkheid om achteraf alsnog een korting te claimen als men dit vergeten was. Voor de loonkostenvoordelen geldt dit niet! Als niet op tijd aan de vereisten wordt voldaan, kan achteraf geen beroep meer worden gedaan op een loonkostenvoordeel. Het op tijd signaleren van de mogelijkheden en het nemen van maatregelen zijn dus van groot belang.

2.     Wet DBA gaat op de schop

Het nieuwe kabinet wil af van de Wet DBA. Deze in 2016 ingevoerde wet ter vervanging van de VAR (Verklaring arbeidsrelatie) zorgt voor te veel onzekerheid en onrust onder zzp’ers en hun opdrachtgevers. In plaats daarvan komt er, naar verwachting per 2020, een nieuwe wet die opdrachtgevers en echte zzp’ers de zekerheid geeft dat geen sprake is van een dienstbetrekking. Intussen worden de handhavingsmogelijkheden van de Belastingdienst per 1 juli 2018 wel uitgebreid. Was tot 1 juli alleen sprake van handhaving bij fraude, opzet en zwendel, na 1 juli zal ook gehandhaafd worden in andere gevallen waarbij evidente schijnzelfstandigheid ontstaat of blijft voortbestaan. Ook wanneer dit niet plaatsvindt in het kader van fraude, opzet of zwendel.

2.1     Van DBA naar nieuwe wet

Het nieuwe kabinet heeft het plan voor een nieuwe ‘zzp-wet’ aangekondigd in het op dinsdag 10 oktober 2017 gepresenteerde Regeerakkoord. Het plan moet dus nog verder worden uitgewerkt in een wetsvoorstel. De hoofdlijnen zijn al wel bekend. Het kabinet heeft drie categorieën van zzp’ers voor ogen:

Hieronder is een schematische weergave opgenomen van de nieuwe plannen:

 Tarief

Zzp

Werknemer

 € 15 - € 18

 › geen reguliere activiteiten

 › langer dan 3 maanden

 > € 18

OPDRACHTGEVERSVERKLARING

 > € 75

(mogelijkheid tot opt-out)

 › maximaal 1 jaar

 › geen reguliere bedrijfsactiviteiten

In februari 2018 heeft de staatssecretaris aangegeven dat beoogd wordt nog in 2018 een wetsvoorstel in te dienen over dit onderwerp, zodat inwerkingtreding van de nieuwe wet per 2020 haalbaar wordt.

3.     Pensioen

3.1     Pensioenleeftijd omhoog 

Als gevolg van de gestegen levensverwachting van de Nederlandse bevolking is de pensioenrichtleeftijd met ingang van 1 januari 2018 verhoogd van 67 naar 68 jaar. Deze rekenleeftijd wordt gebruikt voor de berekening van de jaarlijkse maximaal toegestane fiscale pensioenopbouw. Dit kan gevolgen hebben voor de hoogte van de pensioenpremie alsook voor de hoogte van de pensioenuitkering.

3.2     Pensioen in eigen beheer afgeschaft: welke keuze maakt u?

Sinds 1 juli 2017 kunt u geen pensioen meer opbouwen in uw eigen bv. Het pensioen in eigen beheer is afgeschaft. Voor iedereen die een pensioen in eigen beheer heeft opgebouwd, is er een overgangsregime (van nu nog anderhalf jaar (rest 2018 en 2019)) waarin u moet kiezen wat u wenst te gaan doen met uw bestaande pensioenvoorziening in de bv. U heeft drie mogelijkheden: afkopen, omzetten of laten staan. Afhankelijk van uw keuze moet uw partner instemmen en heeft u een informatieplicht richting de Belastingdienst.

Let op!
Het is aan u welke mogelijkheid u kiest. Laat u hierover goed adviseren, want alle drie de mogelijkheden kennen zo hun eigen voor- en nadelen.

3.2.1   Mogelijkheid 1: afkopen met een belastingkorting

U kunt het reeds opgebouwde pensioen in eigen beheer fiscaalvriendelijk met een belastingkorting afkopen. Daarbij wordt uw pensioenaanspraak zonder fiscale gevolgen afgestempeld van commerciële waarde naar fiscale (balans)waarde. Met dit afstempelen geeft u dus een deel van uw pensioenaanspraak prijs, namelijk het verschil tussen de commerciële en fiscale waarde van de aanspraak.

De afgestempelde pensioenaanspraak kunt u vervolgens fiscaal vriendelijk in één keer met een belastingkorting volledig afkopen. Deze korting geldt gedurende drie jaar en wordt maximaal verleend over de fiscale (balans)waarde van de pensioenverplichting op 31 december 2015. Over de waardestijgingen na die datum wordt geen korting verleend.

Belastingkorting
In 2018 geldt een belastingkorting van 25%. Er is dan loonheffing verschuldigd over 75% van de fiscale balanswaarde van uw pensioenaanspraak op 31 december 2015. De waardestijgingen na die datum zijn volledig belast. In 2019 bedraagt de belastingkorting 19,5%. Verder bent u geen revisierente verschuldigd.

Let op!
Afkoop is na 2019 niet meer toegestaan. Doet u dat wel, dan betaalt u daar flink loonbelasting over en premies Zorgverzekeringswet. Ook bent u dan 20% revisierente verschuldigd.

Tip:
Laat u goed adviseren over afkoop. Door de belastingkorting klinkt dit extra aantrekkelijk, maar dat is het niet altijd. Bovendien moet u toch over een fors bedrag direct belasting betalen en dat geld is wellicht niet beschikbaar. Afkoop is dan ook niet altijd mogelijk. 

Let op!
Heeft u op tijd (terughaalverzoek vóór 1 juli 2017) een extern verzekerd pensioendeel teruggehaald naar eigen beheer, dan kan ook dit deel in 2018 of 2019 worden afgekocht. De belastingkorting geldt echter niet voor dit deel.

Tip:
Ook een reeds ingegaan pensioen in eigen beheer (u heeft al pensioenuitkeringen uit uw bv ontvangen) kan met een belastingkorting worden afgekocht. Omdat uw pensioen al is ingegaan, zal de fiscale (balans)waarde op het moment van afstempelen veelal lager zijn dan de fiscale waarde eind 2015. De belastingkorting wordt voor u berekend over die lagere fiscale (balans)waarde.

Let op!
Heeft u naast pensioen in eigen beheer ook nog een stamrecht in de bv? Die stamrechtverplichting kan zorgen voor een kink in de kabel van afkoop. Laat u hierover goed adviseren.

Uw partner bij afkoop
Uw (ex-)partner zal moeten instemmen met de afkoop van uw pensioen. Dit heeft namelijk ook gevolgen voor zijn of haar pensioenrechten. Ook uw partner zal hierover dus moeten worden geadviseerd. Het verdient de voorkeur (en mogelijk moet het zelfs wegens zorgplicht van de accountant) dat dit door een andere adviseur gebeurt dan door uw eigen accountant of belastingadviseur. Om mogelijke problemen in de toekomst te voorkomen, zijn goede afspraken noodzakelijk!

Ook een eventuele compensatie – zeker als u onder huwelijkse voorwaarden bent getrouwd – is mogelijk onderdeel van gesprek. Per slot van rekening verliest uw partner bij afkoop zijn of haar rechten op een deel van het in eigen beheer opgebouwde ouderdomspensioen (partnerpensioen). Bovendien kan sprake zijn van een (belaste) schenking als uw partner onvoldoende of niet gecompenseerd wordt voor het afzien van zijn/haar rechten. Of en hoe hoog een eventuele compensatie moet zijn, hangt af van uw persoonlijke situatie. Gangbare regels zijn daarvoor niet te geven.

Tip:
Omdat er na afkoop geen pensioen in eigen beheer meer is, is er ook geen partnerpensioen meer. Wat dit betekent als u onverhoopt komt te overlijden, is een belangrijke vraag.

De toestemming van uw (ex-)partner met de afkoop moet u kenbaar maken aan de Belastingdienst. Dit moet met een speciaal formulier dat te downloaden is van de website van de Belastingdienst en die u samen met uw (ex-)partner moet ondertekenen.

Informatieplicht
Met dit speciale informatieformulier moet u binnen één maand na de afkoop van het opgebouwde pensioen in eigen beheer, dan wel de omzetting van het eigenbeheerpensioen in een oudedagsverplichting (zie hierna), de volgende gegevens bij de Belastingdienst aanleveren:

Let op!
Het is belangrijk dat u op tijd (binnen één maand na het tijdstip van afkoop of omzetting) aan uw informatieplicht voldoet. De Belastingdienst beschouwt uw pensioenaanspraak anders als ‘onzuiver’, waardoor u alsnog belasting moet betalen over de commerciële waarde van de gehele pensioenaanspraak en u ook nog eens 20% revisierente bent verschuldigd.

Afkoop zonder uitbetaling
Heeft u ervoor gekozen om uw pensioen in eigen beheer af te kopen, dan is deze afkoop belast. Wel profiteert u van een belastingkorting. Met de bv kunt u afspreken dat u de afkoopsom niet direct bij afkoop ontvangt, maar op een later moment.

Die uitgestelde betaling is niet van invloed op het moment waarop de bv de loonheffing over het afkoopbedrag moet inhouden en afdragen aan de Belastingdienst. Daarvoor telt namelijk het afkoopmoment en niet het moment van uitbetaling. Vindt de afkoop van het pensioen in eigen beheer bijvoorbeeld plaats in juli 2018, dan moet op dat moment loonheffing worden ingehouden over het afkoopbedrag. De bv moet de verschuldigde loonheffing dan ook opnemen in de aangifte loonheffing over het loontijdvak juli 2018 en afdragen. Dat de bv vervolgens de afkoopsom pas bijvoorbeeld in 2020 aan u uitbetaalt, is daarop dus niet van invloed.

3.2.2   Mogelijkheid 2: omzetten in een oudedagsverplichting

U kunt uw opgebouwde pensioen in eigen beheer omzetten in een oudedagsverplichting. Ook dan vindt eerst zonder fiscale gevolgen de afstempeling van de pensioenaanspraak plaats van commerciële waarde naar fiscale (balans)waarde. Deze afgestempelde pensioenaanspraak wordt vervolgens omgezet in een spaarverplichting voor de oude dag. Deze omzetting kan tot uiterlijk 31 december 2019.

Bij deze mogelijkheid houdt u het geld en uw aanspraak voor de oude dag binnen de bv. Na omzetting in de oudedagsverplichting is geen verdere opbouw meer mogelijk. Wel moet de oudedagsverplichting tot de pensioendatum jaarlijks worden ‘opgerent’ tegen de voorgeschreven marktrente.

Let op!
De oudedagsverplichting is een spaarregeling bij uw eigen bv. Het rendement op sparen is momenteel erg laag. Uw oudedagsverplichting zal daardoor met de jaarlijkse oprenting niet hard groeien. Het is dus onzeker hoeveel ‘pensioen’ uw bv later aan u kan uitkeren.

Bij het bereiken van de pensioendatum ontvangt u vanuit de bv gedurende twintig jaar oudedagsuitkeringen. Belastingheffing vindt pas plaats in die uitkeringsfase. Gaan de uitkeringen eerder in dan de AOW-gerechtigde leeftijd (maximaal vijf jaar vóór die leeftijd), dan moet de twintigjaarstermijn worden verlengd met die extra jaren.

Tip:
Het is mogelijk om de oudedagsverplichting alsnog af te kopen. Doet u dit in 2018 of 2019, dan kunt u profiteren van de belastingkorting. Na 2019 bent u bij afkoop over de volledige oudedagsverplichting loonbelasting en revisierente verschuldigd.

Tip:
Ook een reeds ingegaan pensioen in eigen beheer (u heeft al pensioenuitkeringen uit uw bv ontvangen) kan worden omgezet in een oudedagsverplichting. 

Afstorten
U kunt de oudedagsverplichting ook gebruiken voor een lijfrente bij een bancaire instelling of een verzekeringsmaatschappij. Deze omzetting van een oudedagsverplichting naar een lijfrente kan tot aan uw AOW-gerechtigde leeftijd op ieder gewenst moment. Tot uiterlijk twee maanden na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd mag de oudedagsverplichting nog worden gebruikt voor een lijfrente. Daarnaast is het tevens mogelijk om na ingang van de oudedagsverplichting alsnog een lijfrente aan de kopen bij een bancaire instelling of een verzekeringsmaatschappij. Dit mag tot uiterlijk vijf jaar na de AOW-gerechtigde leeftijd.

Tip:
Brengt u uw oudedagsverplichting geheel of gedeeltelijk onder in een lijfrente, dan heeft u qua uitkeringsduur meer mogelijkheden dan de vaste twintig jaar die geldt bij de oudedagsverplichting. Afhankelijk van de door u gekozen lijfrentevorm gelden andere uitkeringstermijnen en dat geeft u iets meer speelruimte.

Net als bij de afkoopmogelijkheid is de procedure bij het omzetten van het eigenbeheerpensioen naar een oudedagsverplichting wat betreft uw partner hetzelfde. Uw (ex-)partner zal met de omzetting moeten instemmen. Ter bescherming van zijn of haar rechten zal de partner hierover goed moeten worden geïnformeerd. Ook een compensatie aan uw partner voor het verlies van zijn of haar rechten op een deel van het in eigen beheer opgebouwde ouderdomspensioen (partnerpensioen) kan aan de orde zijn.

De toestemming met de omzetting in een oudedagsverplichting moet eveneens kenbaar worden gemaakt aan de Belastingdienst. Daarvoor dient het speciale informatieformulier, waarmee u uw keuze voor afkoop of omzetting doorgeeft (zie voorgaand) en die u samen met uw (ex-)partner moet ondertekenen.

Let op!
Dien het ingevulde en ondertekende formulier binnen één maand na de omzetting van het eigenbeheerpensioen in een oudedagsverplichting in bij de Belastingdienst. U riskeert anders een ‘onzuivere’ pensioenaanspraak.

Indexatielasten
Is uw pensioenverplichting ondergebracht in een aparte bv (extern pensioen in eigen beheer), dan kan er nog een indexatiekwestie spelen. Met op de fiscale balans geactiveerde kosten en lasten voor de toekomstige indexatie moet op de volgende manier worden omgegaan: wordt het pensioen in eigen beheer fiscaal gefaciliteerd afgekocht, dan mogen deze indexatiekosten en -lasten op het moment van afkoop in één keer worden afgetrokken van de winst. Wordt het pensioen in eigen beheer omgezet in een oudedagsverplichting, dan mogen geactiveerde indexatiekosten en -lasten in gelijke, jaarlijkse delen in aftrek worden gebracht.

3.2.3   Mogelijkheid 3: het pensioen in eigen beheer ongewijzigd laten

U kunt er ook voor kiezen om niets te doen, oftewel uw pensioen in eigen beheer te laten staan. De regels van vóór april 2017 blijven dan gelden. Er kan echter sinds 1 juli 2017 geen verdere opbouw aan het eigenbeheerpensioen meer plaatsvinden. De jaarlijkse actuariële oprenting van de reeds opgebouwde pensioenrechten is wel verplicht en er is, afhankelijk van de pensioentoezegging, mogelijk ook jaarlijkse indexering nodig.

Het verschil tussen de commerciële en fiscale waarde van uw pensioenaanspraak blijft bestaan. Op de pensioeningangsdatum zal uw bv de pensioenreservering aan u gaan uitkeren, zoals dit is vastgelegd in de pensioenovereenkomst tussen u en de bv.

Let op!
Houdt u het pensioen in eigen beheer in stand, pas dan extra op met dividenduitkeringen. Een dividenduitkering is namelijk pas mogelijk als er voldoende vermogen in uw bv is en blijft voor de dekking van het pensioen. Om dit te bepalen, moet u niet uitgaan van de fiscale waarde van de pensioenverplichting zoals die op de balans staat, maar van de commerciële waarde. 

Ten slotte
Het overgangsregime vervalt per 2020. Vóór die tijd zult u een keuze voor uw huidige eigenbeheerpensioen moeten hebben gemaakt: afkopen, omzetten of laten staan. Nu verdere pensioenopbouw in de bv sinds 1 juli 2017 niet meer mogelijk is, zult u ook na moeten denken over de toekomstige jaren. Hoe ziet in financieel opzicht uw onbezorgde oude dag eruit? U kunt besluiten om door te gaan met de opbouw van pensioen bij een verzekeringsmaatschappij of misschien is een oudedagslijfrente voor u een optie. Mogelijk heeft u een flinke ‘buffer’ opgebouwd in uw bv voor voldoende dividenduitkeringen na uw pensionering. Waar u ook voor kiest, laat u goed adviseren.

4.     Auto

4.1     Bijtelling privégebruik auto 2018

Rijdt u privé met een auto die tot uw ondernemingsvermogen behoort? Dan moet u een bedrag bij de winst tellen voor het privégebruik, tenzij u kunt aantonen dat u op jaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé heeft gereden.

De bijtelling is een percentage van de cataloguswaarde van de auto. In 2018 zijn er voor auto’s die na 1 januari 2017 te naam gesteld zijn 2 tarieven voor de bijtelling: 4% en 22%. De bijtelling is afhankelijk van de CO2-uitstoot van de auto. In 2018 vallen alleen auto’s zonder CO2-uitstoot in het 4%-tarief.

De onderstaande tabel geldt voor auto’s die in 2018 voor het eerst op naam zijn gezet.

Tabel percentage bijtelling 2018 

Bijtelling

CO2-uitstoot in gram per kilometer

4%

0

22%

meer dan 0

In 2018 is het normale percentage 22% (net als in 2017). Is uw auto voor het eerst op naam gesteld vóór 2017 en gold voor die auto de 25%-bijtelling? Dan blijft de 25%-bijtelling van toepassing.

Hoe lang geldt het verlaagde percentage?

Valt u in 2018 in het verlaagde bijtellingspercentage (4%)? Dat percentage geldt voor een periode van 60 maanden. Deze periode gaat in op de 1e dag van de maand die volgt op de maand waarin voor het eerst een kenteken is afgegeven. Wordt een auto op 7 maart te naam gesteld, dan start de 60-maandsperiode dus op 1 april.

Direct na afloop van de periode van 60 maanden wordt het percentage opnieuw vastgesteld aan de hand van de regels die op dat moment gelden.

Verlaagde percentages en auto’s die voor 2017 te naam gesteld zijn

Het overgangsrecht voor de bijtelling van de auto met een Datum Eerste Toelating van de weg (DET) vóór 1 januari 2017 is niet eenvoudig, onder meer vanwege de uitzonderingen op uitzonderingen die binnen het overgangsrecht van toepassing zijn. Uw adviseur kan u hier meer over vertellen.

Let op!
Bij auto’s met een DET voor 2017 is in beginsel gedurende 60 maanden de bijtelling van toepassing die op het moment van de eerste tenaamstelling gold. Na afloop van die 60 maanden geldt een bijtelling van 25%!

Bijtelling personenauto’s zonder CO2-uitstoot
Auto’s zonder CO2-uitstoot blijven tot en met 2020 op hetzelfde niveau gestimuleerd, de voor nieuwe auto’s geldende bijtelling voor deze auto’s blijft voor deze periode 4%. Wel begrenst het kabinet vanaf 2019 het verlaagde bijtellingspercentage voor nulemissievoertuigen tot het deel van de catalogusprijs tot en met € 50.000 (ook wel tesla-tax genoemd). Voor nulemissievoertuigen met een waterstofbrandstofcel is deze begrenzing niet van toepassing.

4.2     Bijtellingsverschil auto van de zaak niet discriminerend

Dat het 22%-bijtellingstarief alleen geldt voor nieuwe auto’s en niet voor bestaande auto’s van de zaak, is volgens rechtbank Den Haag niet discriminerend. Er is geen sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel of van het recht op ongestoord genot van eigendom.

Bijtelling
Per 1 januari 2017 geldt voor het privégebruik van een nieuwe auto van de zaak een standaardbijtelling van 22% van de cataloguswaarde (inclusief btw en bpm), tenzij het een auto betreft zonder CO2-uitstoot. Een bestaande auto van de zaak met een DET vóór 1 januari 2017 en een bijtelling van 25% blijft die bijtelling houden en valt dus niet in 2017 of na 60 maanden terug naar het 22%-tarief. De Vereniging Zakelijke Rijders (VZR) vindt dit fiscale discriminatie en is daarom een viertal proefprocedures gestart.

Beroep afgewezen
Nadat Rechtbank Den Haag het beroep eind vorig jaar had afgewezen, is de zaak voorgelegd aan de HR. De advocaat-generaal heeft enkele maanden geleden een advies geschreven voor de HR en geoordeeld dat de Rechtbank deze zaak terecht heeft afgewezen. Net als de Rechtbank geeft de advocaat-generaal aan dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft en de keuze om het percentage van 25% te handhaven voor auto’s met een DET van vóór 1 januari 2017, niet onredelijk is. Bij verschijnen van deze update heeft de HR nog geen oordeel geveld.

5     Varia Loon- en premieheffingen 

5.1     Minimumloon iets omhoog per 1 juli 2018

De brutobedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon per 1 juli 2018 zijn bekend. Deze bedragen worden halfjaarlijks aangepast. Er is een lichte stijging ten opzichte van

1 januari 2018.

De brutobedragen van het volwassenminimumloon en het minimumjeugdloon worden telkens op
1 januari en op 1 juli aangepast aan de gemiddelde contractloonontwikkeling in Nederland. Per
1 juli 2018 is het brutominimumloon voor werknemers van 22 jaar en ouder, bij een volledig dienstverband, als volgt:

Let op!
De leeftijdsgrens van het volwassenminimumloon is per 1 juli 2017 verlaagd van 23 naar 22 jaar.

Ook de minimumjeugdlonen voor 15- t/m 21-jarige werknemers gaan weer iets omhoog. Zo stijgt het loon van een 21-jarige per 1 juli 2018 van € 1.341,30 naar € 1.355,05 per maand en van een 18-jarige van € 749,55 naar € 757,25 per maand.

Let op!
Voor werknemers van 18 tot en met 20 jaar die in dienst zijn in het kader van een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) gelden alternatieve staffels. Zo bedraagt per 1 juli 2018 het minimumjeugdloon voor een 18-jarige leerling in de bbl € 725,35 per maand.

Verplichtingen
Het wettelijk minimumloon geldt als minimumbeloning voor uw werknemers. Zorg ervoor dat uw werknemers niet worden onderbetaald. U riskeert anders forse boetes. Sinds 1 januari 2016 geldt een verplichte girale uitbetaling van ten minste het netto wettelijk minimumloon. Ook moet u het geldende minimumloon altijd verplicht vermelden op de loonstrook. Tot slot mag u sinds 1 januari 2017 geen bedragen meer inhouden op of verrekenen met het minimumloon. Dit inhoudingsverbod geldt onder meer niet voor wettelijke inhoudingen, huisvestingskosten en de kosten voor een zorgverzekering. Onder voorwaarden en met de nodige begrenzingen mag u dergelijke kosten nog wel inhouden op het minimumloon.

5.2     Gebruikelijk loon dga

Het vaste bedrag in de gebruikelijkloonregeling voor de dga en zijn partner bedraagt voor 2018 (net als in 2017) € 45.000. Dga’s kunnen het gebruikelijk loon in 2018 onder voorwaarden lager vaststellen dan € 45.000. Er geldt namelijk een tegenbewijsregeling voor de hoofdregel dat het loon van een dga het hoogste van de volgende bedragen bedraagt:

Let op!
Om het loon lager dan € 45.000 vast te stellen, moet u aannemelijk maken dat het loon uit de vergelijkbaarste dienstbetrekking lager is dan € 45.000. Lukt dat niet, dan bedraagt het gebruikelijk loon minimaal € 45.000.

5.3     Gebruikelijk loon voor innovatieve start-ups

Wordt uw bv voor toepassing van de S&O-afdrachtvermindering als starter aangemerkt? U mag uw gebruikelijk loon dan vaststellen op het wettelijk minimumloon. U kunt deze start-upregeling maximaal drie jaar toepassen. 

5.4     Lage sectorpremie bij overeenkomst onbepaalde tijd en jaarurennorm

Met ingang van 1 januari 2018 is per besluit geregeld dat een werkgever de lage sectorpremie betaalt over het loon van een werknemer indien sprake is van:

De werkzaamheden hoeven derhalve niet gelijkmatig verspreid over het jaar verricht te worden.

Let op!
Een contract voor bepaalde tijd met een jaarurennorm voldoet dus niet aan de voorwaarden.

Let op!
Indien gedurende het jaar sprake is van onbetaald verlof wordt niet meer aan de voorwaarden voldaan. Dit betekent dat de hoge sectorpremie toegepast dient te worden.

In hetzelfde besluit is nogmaals benadrukt dat de omvang van de te verrichten arbeid eenduidig moet zijn vastgelegd. Een nulurencontract voldoet derhalve niet. In het besluit wordt ook aangegeven dat bij een min-maxcontract de hoge premie verschuldigd is. Op dit moment is onduidelijk of deze opmerking alleen van invloed is op de periode na 1 januari 2018. 

5.5     Pseudo-eindheffing en optierechten

Wanneer sprake is van een excessieve vertrekvergoeding aan een werknemer wordt de werkgever geconfronteerd met een pseudo-eindheffing van 75% van de vertrekvergoeding. Of sprake is van een excessieve vertrekvergoeding wordt vastgesteld aan de hand van het toetsloon. Als het toetsloon meer dan € 540.000 is en als de vertrekvergoeding hoger is dan € 540.000 en hoger dan het toetsloon, dan is de regeling van toepassing.

Bepaalde aandelenoptierechten die zijn verkregen in het kalenderjaar vóórdat de werknemer uit dienst ging, tellen vanwege een uitzonderingsregel niet mee bij het bepalen van het bedrag van de vertrekvergoeding.

De Hoge Raad heeft in 2016 bepaald dat de uitzondering ook geldt voor aandelenoptierechten die nog niet onvoorwaardelijk waren voor het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking met de werknemer is beëindigd. De pseudo-eindheffing over de excessieve vertrekvergoeding kan dus worden voorkomen door te werken met voorwaardelijke optierechten.

Een wijziging in de Wet op de loonbelasting zorgt er nu voor dat voorwaardelijke aandelenoptierechten, die aan een werknemer zijn toegekend vóór het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin hij uit dienst gaat en die onvoorwaardelijk zijn geworden in het jaar voor uitdiensttreding, toch meetellen voor de pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoedingen. Op deze manier kan geen gebruik meer worden gemaakt van de uitspraak van de Hoge Raad. 

5.6     Beperking toepassing heffingskortingen buitenlandse belastingplichtigen

Buitenlandse belastingplichtigen hebben, onder voorwaarden, recht op dezelfde voordelen als een binnenlandse belastingplichtige als het gaat om het belastingdeel van de heffingskorting. De buitenlandse belastingplichtige moet wel in een EU- of EER-lidstaat wonen en het inkomen moet voor ten minste 90% aan de loon- of inkomstenbelasting in Nederland onderworpen zijn.

Indien buitenlandse belastingplichtigen niet aan het inkomenscriterium voldoen, hadden zij wel recht op het belastingdeel van de arbeidsgerelateerde heffingskorting. Niet-kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen hadden in de inkomstenbelasting geen recht op het belastingdeel van de heffingskorting. In de loonbelasting werd dit onderscheid niet gemaakt, waardoor te veel heffingskorting werd geclaimd.

Daarom mag u vanaf 2019 in de loonbelasting voor alle buitenlandse belastingplichtigen (zowel kwalificerend als niet-kwalificerend) alleen nog maar het belastingdeel van de arbeidsgerelateerde korting (onder meer arbeidskorting) in aanmerking nemen. Is uw werknemer een kwalificerende buitenlandse belastingplichtige, dan kan hij via de inkomstenbelasting het belastingdeel van de algemene heffingskorting, jonggehandicaptenkorting, ouderenkorting en alleenstaande-ouderenkorting geldend maken. 

5.7     Premies WGA en ZW 2018 bekend

Bent u verzekerd voor de werkgeversverzekeringen WGA en ZW bij UWV? In 2018 nemen de gemiddelde premies voor deze arbeidsongeschiktheids- en ziektewetverzekeringen licht toe. 

Premies WGA en ZW
Het UWV heeft onlangs de gedifferentieerde premies WGA en ZW (Werkhervattingskas) voor 2018 bekendgemaakt. Hieruit blijkt een lichte stijging van beide premies. De gemiddelde WGA-premie stijgt van 0,74% in 2017 naar 0,75% in 2018. De gemiddelde premie die een werkgever aan het UWV afdraagt voor de Ziektewet stijgt in 2018 naar 0,41% (2017: 0,35%).

De premie hangt in veel gevallen af van de sector waarin u als werkgever actief bent en de gemiddelde loonsom. Met een speciale rekenhulp kunt u berekenen hoeveel u aan premie kwijt bent in 2018.

Let op!
De rekenhulp is niet bestemd voor de eigenrisicodrager, want die betaalt geen gedifferentieerde premie Werkhervattingskas.

Eind 2017 heeft u van de Belastingdienst een beschikking met de individueel gedifferentieerde premies WGA en ZW 2018 ontvangen.

Controleer of de gegevens op de beschikking juist zijn en maak indien nodig tijdig bezwaar. Een bezwaar is tijdig ingediend als deze uiterlijk 6 weken na dagtekening van de beschikking ontvangen is bij de Belastingdienst. Vraag bij de Belastingdienst de instroomlijsten op van de uitkeringen van de werknemers die ik het kader van de beschikking Whk aan u zijn toegerekend. U kunt dan controleren of de uitkeringen van deze werknemers al dan niet terecht aan u zijn toegerekend. 

5.8     Extra administratie bij verlenging WW-uitkering

Sinds kort kunnen partijen bij het afsluiten van hun cao kiezen voor een private verlenging van de uitkering bij werkloosheid voor het derde jaar WW. De keuze van de onderhandelingspartijen betekent wel extra administratieve werkzaamheden voor de werkgever.

Aparte aangifte
De inhouding van de premie vindt plaats op het brutoloon van de werknemer. De inhouding moet ook op de salarisspecificatie vermeld staan. Bovendien moet apart aangifte worden gedaan bij de uitvoeringsorganisatie PAWW en moeten de premies apart worden afgedragen.

Aanvulling
Door de aanvulling kan een maximale WW-periode bereikt worden van 38 maanden.

Wat bij werkloosheid?
De Stichting PAWW zorgt dat de werknemer, indien hij hier volgens zijn cao recht op heeft, na het verstrijken van de WW een aanvullende private WW-uitkering PAWW krijgt.

Aangifte en afdracht
De werkgever moet op basis van de berekeningen in zijn salarisadministratie maandelijks of iedere vier weken aangifte doen van de PAWW-bijdrage en de afdracht van de premie. De periodiciteit van de aangifte PAWW-bijdrage is dezelfde als die van de Belastingdienst.

Let op!
De aangifte moet u indienen via de site www.spaww.nl. Daar dienen de gegevens door de werkgever overgenomen te worden van de totalen die op het overzicht van de salarisadministratie zijn vermeld.

Aanpassen administratie
De administratie van de werkgever zal mogelijk moeten worden aangepast, zodat de werkgever de juiste informatie kan verstrekken voor de inning en afdracht van de premie. De uitvoeringsorganisatie van de Stichting PAWW kan helpen bij de inrichting van de salaris- en financiële administratie. Het aanbieden van de rekenregels aan ontwikkelaars van salarissoftware vormt daarvoor de eerste stap. 

5.9     Extra overstapmogelijkheid eigenrisicodragerschap WGA

Had u eigenrisicodrager voor de WGA willen blijven, maar is tegen uw wens en buiten uw toedoen om het eigenrisicodragerschap toch per 1 januari 2017 beëindigd? Het kabinet komt u tegemoet met een reparatieregeling. U krijgt de kans om op 1 juli 2018 weer over te stappen van de publieke verzekering naar het eigenrisicodragerschap voor de WGA.

Eigenrisicodragerschap WGA
Met ingang van 1 januari 2017 ziet het eigen risico op de totale WGA-lasten (dus zowel voor vast personeel als voor flexwerkers). Door die verandering moesten bestaande eigenrisicodragers voor de WGA, die dit ook in 2017 wensten te blijven, een nieuwe garantieverklaring overleggen van de bank of verzekeraar. Die garantie moest uiterlijk op 31 december 2016 bij de Belastingdienst binnen zijn. Nu is dat proces niet vlekkeloos verlopen. In een aantal gevallen hebben verzekeraars per abuis geen of te laat een nieuwe garantie aan de Belastingdienst verstrekt. Hierdoor kan het zijn dat u, net als enkele andere werkgevers, per 1 januari 2017 ongewild weer de publieke verzekering van UWV bent ingestroomd.

Reparatieregeling
Net als bij iedere overstap, was u gehouden aan een minimale terugkeerperiode van drie jaar. Pas daarna is het eigenrisicodragerschap weer mogelijk. Dat is niet redelijk als u wel op tijd heeft aangegeven dat u per 1 januari 2017 eigenrisicodrager voor de WGA had willen blijven, maar de Belastingdienst buiten uw toedoen om de garantieverklaring hiervoor niet (tijdig) heeft ontvangen. Daarom kunt u gebruikmaken van een reparatieregeling, waardoor u al eerder, namelijk op 1 juli 2018, kunt overstappen naar het eigenrisicodragerschap voor de WGA. U moet dan wel uiterlijk 13 weken vóór 1 juli 2018 uw aanvraag voor het eigenrisicodragerschap hebben ingediend bij de Belastingdienst.

Om gebruik te kunnen maken van de reparatieregeling, gelden de volgende voorwaarden:

Let op!
Verzekeraars gaan een lijst opstellen van werkgevers die ‘tijdig’ hebben aangegeven per 1 januari 2017 eigenrisicodrager voor het gehele WGA-risico te willen blijven. De Belastingdienst kan deze lijst controleren en hanteren om werkgevers toe te staan per 1 juli 2018 weer eigenrisicodrager te worden.

5.10  Langere termijn ziekteaangifte eigenrisicodragers

De termijnen voor het doen van ziekteaangifte en herstelmeldingen aan het UWV door werkgevers die eigenrisicodrager zijn voor de Ziektewet, zijn per 1 januari 2018 verruimd.

Bent u eigenrisicodrager voor de Ziektewet, dan golden voor u dezelfde termijnen voor het doen van ziekteaangifte en herstelmeldingen als voor werkgevers die geen eigenrisicodrager zijn. Die termijnen zijn vrij kort, omdat het UWV naar aanleiding van een melding een Ziektewetuitkering moet gaan uitkeren. Als eigenrisicodrager bent u echter zelf verantwoordelijk voor het uitkeren van een Ziektewetuitkering en stelt u zelf het recht, de hoogte en de duur daarvan vast. Het UWV heeft dus bij eigenrisicodragende werkgevers een veel beperktere rol dan bij niet-eigenrisicodragende werkgevers.

Let op!
Bij werkgevers die eigenrisicodrager zijn, heeft het UWV een meer controlerende rol, aangezien de instantie wel eindverantwoordelijk is voor de uitvoering van de Ziektewet. Als de eigenrisicodrager zijn rol niet of niet goed heeft vervuld, neemt het UWV de verstrekking van de Ziektewetuitkering op kosten van de eigenrisicodrager over.

Verruiming ziekteaangiftetermijn
Vanwege de beperktere rol van het UWV in de eerste fase van het ziekteproces, wil het kabinet voor eigenrisicodragers de termijn voor het doen van de ziekteaangifte verruimen naar zes weken vanaf de datum dat het dienstverband wordt beëindigd. Op 28 november 2017 is dit wetsvoorstel aangenomen.

Let op!
Bij nawerking valt de eerste ziektedag van de voormalig werknemer binnen vier weken nadat het dienstverband is beëindigd. De aangiftetermijn van zes weken begint dan te lopen vanaf de eerste ziektedag.

De verruimde ziekteaangiftetermijn geeft u ook de mogelijkheid om de ziekte en het herstel tegelijkertijd te melden, als het herstel binnen zes weken plaatsvindt. Een herstelmelding mag echter niet eerder worden gedaan dan de ziekmelding. Worden de ziekteaangifte en het herstel apart gemeld, dan geldt voor de herstelmelding een termijn van twee dagen nadat de (ex-)werknemer zich bij u beter heeft gemeld. 

5.11  WBSO-vereenvoudiging voor werkgevers op komst

In de Belastingplannen voor 2018 is een vereenvoudiging opgenomen voor de WBSO. Als innovatieve werkgever kunt u in 2019 eenvoudiger de gerealiseerde S&O-uren en gemaakte kosten en uitgaven doorgeven aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl).

Verplichte mededeling
De voorgestelde vereenvoudiging is een administratieve lastenverlichting. Wanneer u gebruik heeft gemaakt van de WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk), moet u binnen drie kalendermaanden na afloop van het aanvraagjaar de gerealiseerde uren aan speur- en ontwikkelingswerk (S&O-uren) en de gerealiseerde kosten en uitgaven (als u heeft gekozen voor ‘werkelijke kosten en uitgaven’) doorgeven aan RVO.nl. Deze verplichte WBSO-mededeling moet nu nog per afgegeven S&O-verklaring, maar dat gaat veranderen. De mededeling kan straks voor alle in een kalenderjaar afgegeven S&O-verklaringen gezamenlijk.

Voor de in 2017 ontvangen S&O-verklaringen blijft de verplichte mededeling nog zoals die nu is. U moet dus vóór 1 april 2018 de gemaakte uren (en eventuele kosten en uitgaven) doorgeven per S&O-verklaring.

Let op!
Bent u zelfstandig ondernemer, dan hoeft u alleen een mededeling te doen als u in een jaar minder dan 500 S&O-uren heeft gerealiseerd.

6  AVG-Privacyregels

Op 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ingegaan. De AVG vervangt de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) die per diezelfde datum is komen te vervallen. De AVG brengt nieuwe verplichtingen en verantwoordelijkheden met zich mee. Alle bedrijven en organisaties die werken met persoonsgegevens werken volgens deze AVG, dus ook kleine mkb’ers en zzp’ers.

Dat betekent dat u als organisatie meer verplichtingen heeft bij het verwerken van persoonsgegevens dan onder de oude wet. De AVG legt namelijk meer nadruk op de verantwoordelijkheid van u als organisatie om aan te tonen dat u zich aan de wet houdt. Dit heet de verantwoordingsplicht.

Verantwoordingsplicht
De verantwoordingsplicht houdt in dat u moet kunnen aantonen dat u de juiste organisatorische en technische maatregelen heeft genomen om aan de AVG te voldoen. Maar de AVG biedt u als organisatie tegelijkertijd meer instrumenten die u helpen om de wet na te leven. Bijvoorbeeld modelbepalingen voor doorgifte van persoonsgegevens.

Nieuwe privacyrechten
Naast versterking van de bestaande rechten krijgen mensen door de AVG een aantal aanvullende rechten, zoals het recht op inzage en het recht op dataportabiliteit.

Recht op inzage
Mensen kunnen een organisatie vragen of deze persoonsgegevens van hen heeft vastgelegd. Hiervoor hoeven zij geen reden aan te geven. Vraagt iemand om inzage, dan moet de organisatie diegene op een duidelijke en begrijpelijke manier laten weten of de organisatie zijn persoonsgegevens gebruikt en zo ja:

Het recht op inzage betreft overigens alleen inzage in iemands eigen gegevens. 

Recht op dataportabiliteit
Dit betekent dat mensen straks (onder bepaalde voorwaarden) het recht hebben om van de organisatie hun persoonsgegevens in een standaardformaat te ontvangen. Zo kunnen zij hun gegevens makkelijk doorgeven aan een andere leverancier van dezelfde soort dienst. Zij kunnen zelfs eisen dat de organisatie hun persoonsgegevens direct doorstuurt aan de nieuwe dienstverlener, als dat (technisch) mogelijk is. 

Lees hier verder (deel 2)...

Twitter Facebook


Dividendtaks blijft, bedrag wel naar ondernemers
De afschaffing van de dividendbelasting gaat definitief niet door. In plaats hiervan worden er tal van andere maatregelen getroffen om het vestigingsklimaat voor ondernemers te verbeteren. lees verder>

Bouwterrein of niet?
Bij de levering van onroerende zaken is in beginsel overdrachtsbelasting verschuldigd. Die bedraagt 2% voor woningen en 6% voor niet-woningen. Maar in bepaalde gevallen kan er gebruik gemaakt worden van de zogenaamde samenloopvrijstelling.lees verder>

Check waardering onroerend goed bij gebruik taxatiewijzer
Bij het vaststellen van de WOZ-waarde van onroerende zaken maken gemeenten voor bedrijfsmatig onroerend goed onder andere gebruik van taxatiewijzers. Het is verstandig de waardering bij het gebruik van deze taxatiewijzers kritisch te beoordelen.lees verder>

Major changes to Dutch income tax
Major changes in Dutch income tax procedures are heading our way. Firstly, the box 1 income tax rates for incomes above €20,142 will be reduced as of 1st January 2019. In 2021 two tax brackets will disappear, meaning only two will remain.lees verder>

Op kenteken zetten bepalend voor BPM
Als u een auto uit het buitenland invoert, moet u BPM betalen. Daarbij is van belang op welk moment wordt bepaald of een auto nieuw of gebruikt is. Voor gebruikte auto's hoeft namelijk maar een deel van de BPM te worden betaald.lees verder>

Pensioenverplichting in bv, hoeveel reserve is toegestaan?
Onder bepaalde voorwaarden kan bij overlijden een aanmerkelijk belang in een bv geruisloos naar de erfgenamen worden doorgeschoven. Welke regels gelden er voor de waardering van een eventueel in de bv aanwezig pensioen?lees verder>

Scholingsaftrek voorlopig gehandhaafd
Het plan om de aftrek voor scholingsuitgaven per 1 januari 2019 te schrappen, is voorlopig van de baan.lees verder>

Laag btw-tarief op elektronische boeken in aantocht
Boeken zijn belast tegen het lage btw-tarief van 6%. Dat geldt niet voor digitale media, zoals elektronische boeken en digitale tijdschriften. Hiervoor geldt het normale tarief van 21%. De EU heeft besloten dat lidstaten ook op bijvoorbeeld elektronische boeken het lage btw-tarief mogen toepassen.lees verder>

Ook transitievergoeding bij vermindering arbeidsduur
Als de arbeidsovereenkomst die ten minste twee jaar heeft geduurd, op initiatief van de werkgever wordt beëindigd, dan is de werkgever een transitievergoeding verschuldigd. De Hoge Raad heeft nu in een recent arrest geoordeeld dat in sommige gevallen ook een transitievergoeding is verschuldigd als de arbeidsovereenkomst niet helemaal, maar gedeeltelijk wordt beëindigd.lees verder>

Is verhuur van woningdeel belast?
Particulieren verhuren in toenemende mate kamers of een deel van hun woning, bijvoorbeeld via Airbnb, aan toeristen. Zijn de verhuurinkomsten hiervan belast? De staatssecretaris vindt van wel, de rechter van niet.lees verder>

Vergoeding buitenlandse zakenreis omhoog
De onbelaste vergoedingen voor buitenlandse dienstreizen van werknemers zijn per 1 oktober 2018 verhoogd. De maximumbedragen verschillen per land, stad en regio en zijn te vinden in het Reisbesluit Buitenland. De vergoedingen voor binnenlandse dienstreizen zijn ongewijzigd.lees verder>

Meer partnerverlof bij geboorte kind
Partners krijgen vanaf volgend jaar, 2019, bij de geboorte van een kind meer verlof. Het verlof, dat voor werknemers nu nog twee dagen bedraagt, wordt in 2019 verlengd naar één week. De kosten voor dit extra verlof komen voor rekening van de werkgever. De Tweede Kamer heeft hierover een akkoord bereikt.lees verder>

Wanneer zijn verhuiskosten zakelijk?
Als u als ondernemer verhuist, kunt u onder voorwaarden de kosten ervan ten laste van de winst brengen. Soortgelijke voorwaarden gelden ook als u uw personeel een belastingvrije vergoeding wilt geven vanwege een verhuizing. Wanneer zijn de verhuiskosten zakelijk?lees verder>

AVG: vraag toestemming voor gebruik foto's!
Gebruikt u foto’s van uw werknemers of klanten voor uw bedrijfssite of voor nieuwsbrieven? Dat moet u expliciet toestemming krijgen volgens de AVG. Aan welke voorwaarden moet die toestemming voldoen?lees verder>

Bedrijfsmatig vastgoed kopen via WhatsApp?
Steeds vaker worden zakelijke diensten en producten aangeboden via internet, sociale media en Whatsapp. Met enige regelmaat wordt de vraag gesteld of het ook mogelijk is om zakelijk onroerend goed, zoals winkelpanden en bedrijfsgebouwen, via dergelijke kanalen te kopen. lees verder>

Verruiming btw-vrijstelling voor sportorganisaties
De zogenaamde sportvrijstelling in de btw ondergaat per 1 januari 2019 een tweetal wijzigingen, die beide voortvloeien uit Europese regelgeving of jurisprudentie. Het onderscheid tussen prestaties aan leden en niet-leden verdwijnt. Tevens verruimt de btw-vrijstelling voor diensten die nauw met de sport samenhangen. lees verder>

Looptijd 30-procentsregeling verkort met drie jaar
Werkgevers die bepaalde, uit het buitenland afkomstige, werknemers in dienst nemen, mogen vanaf volgend jaar nog maar gedurende maximaal vijf jaar gebruik maken van de zogenaamde 30%-regeling. Dit is nu nog acht jaar.lees verder>

Large employers also covered for the burden of transition compensation
Large and small employers can be considered for compensation procedures relating to transition compensation for lengthy employee absenteeism. This was confirmed by Minister of Koolmees of the Employment and Social Affairs department in a response to questions from the Green-Left division in the Dutch Senate. The rule will apply as of April 1st, 2020.lees verder>

Tarieven WBSO ongewijzigd in 2019
De tarieven voor de WBSO blijven in 2019 ongewijzigd. Dit betekent 32 procent voor de eerste schijf, voor starters blijft het 40 procent. Het tarief van de tweede schijf bedraagt 14 procent. Dat heeft staatssecretaris Keijzer op Prinsjesdag in een brief aan de Tweede Kamer geschreven. lees verder>

Maximum aftrek hypotheekrente snel omlaag
De hypotheekrente is volgend jaar, 2019, nog maximaal aftrekbaar tegen een tarief van 49%. Dit is een half procentpunt minder dan het thans geldende tarief van 49,5%. De afbouw gaat vanaf 2020 een stuk sneller.lees verder>

Hoger belastingtarief bij grotere vermogens
In box 3 betaalt u belasting over uw vermogen. Daarbij gaat de fiscus uit van een verondersteld rendement. De wijzigingen voor volgend jaar zijn gering ten opzichte van dit jaar, maar pakken voor grotere vermogens negatief uit.lees verder>

Dga: in 2020 en 2021 stijgt tarief box 2
Het Belastingplan 2019 bevat het voorstel het tarief van box 2, ook wel het aanmerkelijkbelangtarief genoemd, minder te verhogen dan in het regeerakkoord was aangekondigd. lees verder>

Verrekenmogelijkheid verlies bv naar 6 jaar
Verliezen van bv's kunnen vanaf volgend jaar nog maar zes jaar voorwaarts worden verrekend. Hetzelfde geldt voor verliezen in box 2, de zogenaamde aanmerkelijkbelangverliezen. Dit is voorgesteld in het Belastingplan 2019 en dus nog niet definitief.lees verder>

Meer algemene heffings- en arbeidskorting
Met ingang van 2019 wordt de algemene heffingskorting voor inkomens tot € 50.000 per jaar verhoogd. Ook gaat de arbeidskorting omhoog voor werkenden die tussen de € 20.000 en € 60.000 per jaar verdienen. lees verder>

Hogere vrijstelling vrijwilligers
Vrijwilligers zijn voor de maatschappij van groot belang. Daarom gaat de vrijstelling voor vrijwilligers volgend jaar met € 200 per jaar omhoog. Dit voorstel is onderdeel van het Belastingplan 2019 en moet dus nog worden goedgekeurd door het parlement.lees verder>

Kleineondernemersregeling herzien
De kleineondernemersregeling in de btw wordt in 2020 herzien. De huidige regeling gaat uit van een per saldo af te dragen bedrag aan btw, de nieuwe regeling hanteert een omzetgrens. lees verder>

Weet u wat de no-riskpolis inhoudt?
Werkgevers blijken onvoldoende op de hoogte te zijn van het bestaan van de no-riskpolis. En als dit al wel zo is, of een sollicitant onder deze regeling valt. Dat blijkt uit een onderzoek naar de effectiviteit van de no-riskpolis. lees verder>

Dga-taks 2022: max 500.000 onbelast lenen
Na 1 januari 2022 mag een dga nog maar € 500.000 onbelast lenen van zijn bv. Alle schuldvorderingen boven dit half miljoen worden vanaf die datum belast in box 2, dus als inkomen uit aanmerkelijk belang. Voor bestaande eigenwoningschulden zal een overgangsmaatregel worden getroffen. Dit staat in de aanbiedingsbrief van minister Hoekstra bij het Belastingplan 2019.lees verder>

'Prince's Day' 2018: the most important plans that affect your business
Yesterday, Dutch Minister of Finance Wopke Hoekstra presented the 2019 Budget Memorandum and the 2019 Tax Plan. The government is focusing on reducing the tax burden on employment, combating tax avoidance and evasion, improving the attractiveness of the Netherlands as a business location and making the tax system greener and more easily enforceable.lees verder>

Vennootschapsbelasting omlaag, box 2-tarief omhoog
Zoals verwacht gaan de tarieven voor de vennootschapsbelasting (Vpb) vanaf volgend jaar omlaag. En dalen verder in 2020 en 2021. Het tarief in box 2 gaat juist omhoog, zij het minder dan aanvankelijk werd aangekondigd in het regeerakkoord. lees verder>

Grote wijzigingen in de inkomstenbelasting
Er staan grote veranderingen op komst in de inkomstenbelasting. Allereerst worden de tarieven van de inkomstenbelasting in box 1 bij inkomens vanaf € 20.142 verlaagd per 1 januari 2019. Tevens verdwijnen er in 2021 twee belastingschijven, waardoor er nog slechts twee overblijven.lees verder>

Wat is er veranderd in de Uitvoeringsregels Ontslag?
Per 1 augustus 2018 zijn de Uitvoeringsregels Ontslag aangepast. Het gaat om aanpassingen en aanvullingen in de Uitvoeringsregels Ontslag om bedrijfseconomische redenen en Ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Als werkgever kunt u deze uitvoeringsregels gebruiken als u meer duidelijkheid wilt over de wijze waarop het UWV een ontslagaanvraag beoordeelt.lees verder>

Prinsjesdag 2018: de belangrijkste plannen voor uw bedrijf
De Miljoenennota 2019 en het Belastingplan 2019 zijn gepresenteerd. De regering zet in op het verlagen van lasten op arbeid, het tegengaan van belastingontwijking en -ontduiking, het verbeteren van het Nederlandse vestigingsklimaat en een groener en beter uitvoerbaar belastingstelsel. lees verder>

Advance preparation for upcoming Dutch VAT increase
As of the beginning of next year the lower VAT rate will be raised from 6% to 9% in The Netherlands. This has several consequences that should be anticipated by businesses in advance of the increase. Examples include the implementation of possible price increases or necessary adjustments to administrative procedures. lees verder>

Pas op met ombouwen bestelauto
Als u als ondernemer een bestelauto koopt, hoeft u in beginsel geen BPM en minder MRB te betalen. Maar pas op met het aanbrengen van wijzigingen, want anders kunt u zomaar een fikse naheffing plus boete tegemoet zien.lees verder>

Prinsjesdag: 'Vpb-tarief minder omlaag'
De vennootschapsbelasting voor winsten boven de € 200.000 gaat minder hard omlaag. Het tarief daalt over drie jaar tijd stapsgewijs van 25 naar 22,25%, in plaats van de eerder aangekondigde 21%.lees verder>

Vraag vóór 1 oktober btw uit EU terug
Heeft u vorig jaar in de EU btw betaald op zakelijke uitgaven, vergeet deze dan niet tijdig terug te vragen. Dit kan in beginsel tot 1 oktober 2018. Bent u te laat, dan vist u waarschijnlijk achter het net.lees verder>

Checklist naheffingsaanslag btw
De fiscus verstuurt regelmatig naheffingsaanslagen btw. Aangezien daarover vaak vragen worden gesteld, heeft de Belastingdienst op de site een checklist geplaatst.lees verder>

Top 10 plans for Prince's Day
Next week is Prince's Day, when the government will announce its new tax plans for 2019. Some of these plans were already made public last year or earlier this year. Below we have therefore provided details of a number of important changes that will apply in 2019.lees verder>

Top 10 plannen Prinsjesdag
Volgende week is het Prinsjesdag. Dan komen er nieuwe belastingplannen voor 2019 op tafel. Een aantal plannen is echter vorig jaar of in de loop van dit jaar al aangekondigd. Enkele belangrijke wijzigingen voor 2019 zetten we dan ook nu al voor u op een rij.lees verder>

Minder huurtoeslag door transitievergoeding
Bij ontslag van een werknemer bestaat er in veel gevallen recht op een zogenaamde transitievergoeding. Die kan ervoor zorgen dat de betreffende werknemer minder toeslagen ontvangt. Per saldo blijkt het effect zelfs negatief te kunnen zijn.lees verder>

Bijtelling fiets van de zaak 7%
Wie van zijn werkgever een fiets van de zaak ter beschikking heeft, moet vanaf 2020 rekening houden met een bijtelling van 7% bij het loon. RTL Nieuws bracht deze primeur naar buiten, die in het Belastingplan 2019 zou staan.lees verder>

Wkr-ruimte voor een bonus?
Vergoedingen en verstrekkingen aan uw personeel, bijvoorbeeld een bonus, kunnen onbelast blijven als u gebruik maakt van de werkkostenregeling. Daarbij is het van belang de zogenaamde vrije ruimte van de werkkostenregeling zo veel mogelijk te benutten. Dit gebeurt nu nog lang niet altijd.lees verder>

Actuele kostennormen voor terreinbeheer
Het Normenboek Natuur, Bos en Landschap 2018 is verkrijgbaar. In dit boek staan actuele tijd- en kostennormen voor het beheer van natuur, bos en landschapselementen. Hiermee kunnen terreinbeherende organisaties hun beheerskosten uitrekenen.lees verder>

Arbeidsbeperkte werknemer houdt recht op minimumloon
Het plan om mensen met een arbeidsbeperking minder te kunnen betalen dan het minimumloon, is van de baan. Doel van de maatregel was om ervoor te zorgen dat mensen met een handicap eerder aan de slag zouden kunnen. Er wordt nu bekeken of dit op andere wijze bereikt kan worden.lees verder>

Tegemoetkoming arbeidsongeschikten rechtstreeks naar werknemer
Dit jaar betaalt het UWV de tegemoetkoming arbeidsongeschikten rechtstreeks aan de werknemer. Uw salarisadministratie hoeft hierin dus niets meer te doen.lees verder>

Vaak in uw vakantiehuis? Hypotheek mogelijk aftrekbaar!
De hypotheekrente van uw woning is fiscaal aftrekbaar. Heeft u meerdere woningen, dan komt alleen de rente op de financiering van uw hoofdverblijfplaats in aanmerking. Heeft u echter een vakantiehuis in uw bezit en heeft u daarnaast nog een huurwoning, dan komt de hypotheekrente van het vakantiehuis onder strikte voorwaarden wellicht toch in aanmerking voor aftrek.lees verder>

Compensatie transitievergoeding ook voor grote werkgevers
Zowel kleine als grote werkgevers komen in aanmerking voor de compensatieregeling transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Dit heeft minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid geantwoord als reactie op vragen van de GroenLinks-fractie in de Eerste Kamer. De regeling gaat in per 1 april 2020.lees verder>

Deadline aanvraag subsidie praktijkleren!
Heeft u het afgelopen jaar werknemers binnen uw bedrijf opgeleid, dan kunt u onder voorwaarden in aanmerking komen voor een subsidie van maximaal € 2.700 per leerling. Deze subsidie moet u uiterlijk 17 september 2018 om 17.00 uur hebben aangevraagd.lees verder>

Auto van de zaak telt mee in ontslagvergoeding
Als u een werknemer onvrijwillig ontslaat, moet u in de meeste gevallen een ontslagvergoeding betalen. Deze is normaal gesproken gebaseerd op het bruto loon. Onlangs bleek dat ook een auto van de zaak telt als loon in natura en moet worden meegenomen in de berekening van de ontslagvergoeding.lees verder>

sitemap