De Hoge Raad heeft duidelijkheid gegeven over de belastingheffing van een Duits wettelijk pensioen. De uitkering is in Nederland alleen belast voor het deel waarvoor de betaalde pensioenpremies destijds in Duitsland fiscaal aftrekbaar waren.
Waar ging de zaak over?
De zaak draaide om iemand die tussen 1980 en 1997 in Duitsland woonde en werkte. In die periode bouwde hij pensioen op via de Duitse wettelijke pensioenregeling. Nadat hij naar Nederland was verhuisd, ontving hij in 2018 een pensioenuitkering uit Duitsland.
De Belastingdienst rekende de volledige uitkering tot het belastbare inkomen. De pensioengerechtigde was het daar niet mee eens. Volgens hem mocht slechts 45% van de uitkering worden belast, omdat destijds ook maar 45% van de betaalde pensioenpremies in Duitsland aftrekbaar was voor de inkomstenbelasting.
Oordeel van de Hoge Raad
De Hoge Raad sluit zich aan bij het eerdere oordeel van het gerechtshof. Voor buitenlandse pensioenen geldt dat Nederland alleen belasting mag heffen over het deel van de uitkering dat is opgebouwd met fiscaal aftrekbare premies.
In deze zaak betekende dat dat slechts 45% van de pensioenuitkering belast is. De overige 55% blijft buiten de Nederlandse inkomstenbelasting, omdat de bijbehorende premies destijds in Duitsland niet aftrekbaar waren. Daarmee is de uitspraak van het hof definitief geworden.
Wat betekent dit?
Deze uitspraak kan van belang zijn voor mensen die in het verleden in Duitsland hebben gewerkt en daar pensioen hebben opgebouwd. Afhankelijk van de fiscale behandeling van de betaalde premies in Duitsland kan een deel van de pensioenuitkering in Nederland onbelast blijven. De uitspraak onderstreept dat de belastingheffing moet aansluiten bij de manier waarop de pensioenopbouw destijds fiscaal is behandeld.





